‘U mag ons niet bellen’

Job (11) heeft vijf helpers nodig. Sinds de SVB zijn pgb overnam, krijgen zij niet meer uitbetaald. Zijn vader belt. En belt. En belt. Moeder Annemarie Haverkamp hield een ochtend lang het contact bij tussen vader en SVB.

Annemarie Haverkamp met Job Foto Lars van den Brink

Mijn zoon Job is elf jaar, verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Hij krijgt een pgb en betaalt daaruit vijf begeleiders die hem helpen met zitten, staan, eten, drinken, bewegen, plassen, poepen, spelen en praten. Sinds dit jaar wordt zijn budget niet meer door het Rijk, maar via de gemeente verstrekt. Waar we vroeger zelf zijn zorgverleners moesten uitbetalen, is dit nu voorbehouden aan de SVB. Vóór 1 januari hebben we alle begeleiders aangemeld, zoals ons was verzocht. Sinds februari bellen we bijna dagelijks naar de SVB, omdat Jobs helpers geen of een uit de lucht gegrepen salaris krijgen. Als redenen hoorden we al dat de gemeente het geld nooit had gestort; dat het geld onderweg was; dat het geld niet onder de noemer ‘Jeugdwet’ (waar het hoort, want Job is een kind), maar onder ‘WMO-begeleiding’ was geparkeerd; dat we formulieren moesten downloaden en dat diezelfde formulieren niet bestonden. Inmiddels hebben we een aantal salarissen voorgeschoten uit eigen zak. Laatste toezegging van de SVB: „We gaan spoedbetalingen doen aan uw zorgverleners”. De vader van Job belt er weer achteraan.

Bellen met de SVB op dinsdag 28 april 2015

10.00 uur: Jobs vader belt. Wordt in de wacht gezet.

10.10 uur: Contact met een medewerker. Jobs vader stelt zijn vraag: „Waarom zijn de spoedbetalingen, per mail bevestigd op 16 april, nog altijd niet gedaan? Onze zorgverleners hebben honger en willen salaris.” Medewerker: „Ik ga het navragen bij de financiële administratie.”

10.35 uur: De verbinding wordt verbroken. Jobs vader belt opnieuw. Krijgt een bandje: „Er is een fout opgetreden. Probeert u het later nog eens.”

10.41 uur: Hernieuwd contact met de SVB. „Er zijn zeven wachtenden voor u.”

10.45 uur: Jobs vader krijgt een tweede medewerker aan de lijn. Stelt wederom zijn vraag over spoedbetalingen. Reactie: „U bent niet de wettelijk vertegenwoordiger van uw zoon. U mag ons niet bellen.” Vader: „Daar hebben we al vaker contact over gehad. Ik ben zijn vader en beheer het pgb. Er bestaat mailcorrespondentie over. Ik mag u bellen.” Medewerker: „Die mailwisseling kan ik niet vinden.” Vader: „Ik heb hem hier. De mail van 3 april.” Medewerker. „Ik kan hem niet vinden.’” Vader: „Dan wacht ik tot u een collega opzoekt die de mail wel kan vinden. Medewerkers die ik eerder sprak, lukte het ook het bericht te traceren.”

10.54 uur: SVB-medewerker hangt op.

11.09 uur: Bellen met de SVB. Jobs vader legt de vraag over spoedbetalingen voor aan medewerker drie (en kondigt een klacht aan over het verbreken van de verbinding). Medewerker: „Ik zie dat de spoedbetalingen zijn gedaan. Er moet iets mis zijn gegaan bij uw bank. Stuurt u ons een printscreen van het pgb-rekeningnummer waar het geld niet op staat en bel met uw bank.”

11.16 uur: Bellen met de Rabobank. „Is er iets misgegaan met een spoedbetaling van de SVB?” Antwoord: „Er is geen spoedbetaling gedaan, meneer. Was dat het geval geweest en was er iets misgegaan, dan had de SVB daar melding van gekregen. Misschien heeft de SVB een verkeerd rekeningnummer gebruikt. Belt u ze nog even.”

12.03 uur: Bellen met de SVB. Medewerker vier aan de lijn. „Een spoedbetaling? Ik heb het nagevraagd bij de financiële administratie en er zijn geen spoedbetalingen gedaan.” Vader: „Uw collega zei dat er wel spoedbetalingen zijn gedaan. Heeft zij dat dan uit haar duim gezogen?” Medewerker: „Dat zou ik niet durven zeggen, maar er zijn absoluut geen spoedbetalingen gedaan.” Vader: „En nu?” Medewerker: „Ik zie dat de niet-uitbetaalde salarissen klaarstaan om uitbetaald te worden via de reguliere betalingen. Op 4 mei zou het geld bij iedereen op de rekening moeten staan.”

Jobs vader hangt op.