Sportwereld rekent op de minister

De sportbonden zijn er voor om in 2019 de continentale Spelen naar Nederland te halen. Maar dan moet het Rijk 27 miljoen euro bijdragen.

De autocratische president Alijev van Azerbajdzjan inspecteerde vorige maand de afronding van het stadion in Baku waarin deze zomer de eerste versie van de Europese Spelen worden gehouden. Foto AFP

Bart Zijlstra, directeur Sport van het ministerie van Sport, lachte gisteravond minzaam, maar hield zijn lippen strak op elkaar. Van hem nul komma nul toelichting op de veronderstelde weigering van minister Edith Schippers van Sport om minimaal 27 miljoen euro uit de rijksportemonnee vrij te maken voor de Europese Spelen van 2019 in Nederland. „Donderdag heeft zij een gesprek met NOC*NSF en wordt meer duidelijk. Nu is het tijd voor een borrel.” En weg was hij.

Zijlstra was als toehoorder aanwezig bij de extra ledenvergadering van sportkoepel NOC*NSF, waar de sportbonden positief over de kandidatuur van de Europese Spelen besloten. Hij was er getuige van dat een Noord-Koreaanse meerderheid van 155 tegen veertien stemmen zich achter de plannen schaarde.

Maar Zijlstra kreeg ook de brede verontwaardiging van diezelfde bonden ingepeperd over de defensieve houding van zijn minister. Die had laten doorsijpelen dat NOC*NSF niet op de alvast begrote 27 miljoen euro aan rijksbijdrage voor Europese Spelen hoefde te rekenen. Schande, riepen de sportbonden in koor. „Schokkend als de minister zo weinig geld voor zo’n prachtig evenement over heeft”, vertolkte Tjark de Lange, voorzitter van het handbalverbond, de heersende gevoelens.

Het woord is nu dus aan minister Schippers. De hoogte van haar financiële bijdrage bepaalt of de kandidatuur voor de Europese Spelen wordt doorgezet. De sportbonden stemden gisteravond in met een kandidaatstelling, maar wel onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat NOC*NSF en haar leden geen enkel financieel risico lopen. Met andere woorden: de bonden vinden dat Schippers over de brug moet komen. Als de Europese Spelen er in 2019 komen, worden die over heel Nederland uitgesmeerd. Dan ligt het toch voor de hand dat de rijksoverheid substantieel bijspringt? „Wat is nu 27 miljoen op ’s lands sportbegroting”, claimde voorzitter André Bolhuis van NOC*NSF alvast de beoogde subsidie.

Het was voor de sportbonden ook makkelijk wijzen naar de minister, moet Zijlstra gedacht hebben. Wel de lusten van Europese Spelen, maar niet de lasten. Want dat was een harde voorwaarde die de bonden stelden aan kandidaatsstelling: Europese Spelen graag, maar niet op onze kosten. Bolhuis gaat daarin mee. Hij wil het spel met de minister, gesteund door de sportbonden, hard spelen. Geen substantiële overheidsbijdragen? Dan ook geen Europese Spelen.

Of Schippers gevoelig is voor die opgelegde druk zal morgen blijken. Dan heeft zij op haar ministerie een gesprek met NOC*NSF en participerende stads- en provinciebestuurders. Dan zal daadwerkelijk blijken of de minister geen 27 miljoen aan de Europese Spelen wil bijdragen. Een bedrag waar vooraf niet over is onderhandeld, maar dat is gebaseerd op een afspraak dat het ministerie van Sport voor 25 procent bijdraagt in de kosten van grote internationale sportevenementen in Nederland. En dat is nog zuinig begroot, vindt Bolhuis. „Op een begroting van 125 miljoen is 27 miljoen zelfs minder dan 25 procent.”

De NOC*NSF-voorzitter riep dan wel blij te zijn met de steun van de sportbonden, de Europese Spelen zijn er nog niet mee binnengehaald. Want er zijn meer losse eindjes. Als van de steden ook Rotterdam en Utrecht afhaken, scheelt dat meer dan 10 miljoen euro aan inkomsten. Vind maar eens vervangende steden die voor een miljoeneninvestering een paar sporten in huis krijgen. Dan blijft de post van 52 miljoen euro aan gemeentelijke en provinciale bijdrage deels ongedekt. Bovendien kent de begroting ook nog de onzekere inkomsten uit ticketverkoop en private sponsoring.

Maar er zijn meer knelpunten. Tussen de vele loftuitingen van bonden aan het adres van de gangmaker Bolhuis en zijn directeur Gerard Dielessen, klonk gisteravond ook steekhoudende kritiek. Van voorzitter Fred Buitenhuis, voorzitter van de taekwondobond. Hij heeft moeite met het programma zoals dat op voorspraak van technisch directeur Maurits Hendriks voorlopig is vastgesteld. Daarin wordt uitgegaan van de voor Nederland belangrijkste en succesvolste sporten. Maar of dat elders in Europa gepruimd wordt, waagde Buitenhuis te betwijfelen. Hij vindt dat NOC*NSF het programma van de Spelen Europeser moet inrichten, anders zal de druk van gepasseerde bonden wel eens onaangenaam groot kunnen worden.

Hoe nu verder? NOC*NSF meldt zich als kandidaat voor 2019 bij de EOC, onder voorwaarden dat de begroting voor 1 december sluitend wordt gemaakt. Bolhuis en Dielessen denken daar een half jaar voor nodig te hebben. En dat accepteert de EOC, beweert Bolhuis. Vooraf zou een dergelijk scenario met de EOC zijn besproken. De bonden hebben dus gekregen wat ze in meerderheid wensten: extra tijd. Met het voordeel dat een definitief besluit kan worden genomen na de eerste Europese Spelen, in juni in Baku. Dan is er geen sprake meer van een black box en weten bonden en geïnteresseerde sponsors over welke evenement ze praten. Dat is nu volslagen onduidelijk.

Hoe groot de steun voor Europese Spelen daadwerkelijk is bleef gisteravond onderbelicht, omdat niet alle sportbonden present waren. Slechts 34 van de 74 sportbonden waren komen opdagen, bij elkaar goed voor 169 van de 242 stemmen.