Rondtuimelen door Kirgizië

Een kurai is net zoiets als het ‘tumbleweed’ dat we uit de Amerikaanse western kennen: zo’n rondrollend struikje, het bovengrondse deel van een plant die ook bekendstaat als steppenroller of tuimelkruid en die voortbewogen door de wind zijn zaden verspreidt.

In het speelfilmdebuut van fotografe en documentairemaakster Marjoleine Boonstra worden de verhalen van die wind verteld: kleine zaadjes uit de Kirgizische mythologie, associatief voortbewogen door de elementen. In Kurai kurai – Tales on the Wind wordt ook zaad verspreid: de jonge Emo krijgt te horen dat zijn vriendin zwanger is, maar misschien niet van hem. Hij gaat op reis om zichzelf te vinden, en in het reine te komen met het feit dat hij zelf ook een onecht kind is. Tijdens zijn tocht leert hij het Kirgizische achterland kennen: ontworteld, droog, maar ook vol plotse magische momenten.

Fotografisch is Kurai een lust voor het oog; je vermoedt dat Boonstra tijdens haar reizen door het land meer zag dan haar ogen konden bevatten en daarom de behoefte voelde haar fantasieën tot een semifictief scenario om te werken. Dat is niet per se winst. De psychologische belegenheid van de verhaaltjes staan haaks op de grandeur van de fotografie en de zware kwesties die slechts terloops worden aangestipt: het verdwijnen van regionale culturen, milieurampen.