Onbegrepen neonsprookje van Gosling

Er zijn van die films die je bewondert vanwege het prachtige camerawerk. Lost River is zo’n film. Voor zijn vorig jaar in Cannes onterecht weggehoonde regiedebuut huurde acteur Ryan Gosling de veelgeprezen cameraman Benoît Debie in, die onder anderen samenwerkte met Gaspar Noé, Harmony Korine en Fabrice Du Welz.

Dat veel van de beelden uit Lost River doen denken aan het werk van deze en andere regisseurs is Gosling aangewreven. Lost River als epigonisme, alleen goed voor een filmquiz: raad de referentie. Zo draaide hij scènes in een louche nachtclub waar nostalgische liedjes te horen zijn (David Lynch). Ook zijn er poëtische scènes bij ‘magic hour’ (Terrence Malick), herkennen we het documentair realisme van Derek Cianfrance (Blue Valentine) en de kleurenfilters van Nicolas Winding Refn en Gaspar Noé.

Maar doet dit er veel toe als onnoemelijk veel van de shots onvergetelijk zijn? Dat brandende fietsje dat langs rijdt, die half onder water staande lantarenpalen die aanfloepen. En dan dat kleurgebruik dat soms subtiel is, maar meestal op schaamteloos vulgaire wijze in het oog springt.

Gosling noemt zijn film een ‘neongekleurd sprookje, vol archetypen: foute versus goede mannen, vreemde grootmoeders, een betoverd met een verdronken stad op de bodem. Onder deze sprookjeslaag schuilt een melancholiek verhaal over een verloren paradijs: Lost River is een requiem voor de Amerikaanse Droom. Zo’n groot thema is voor sommige critici verdacht, want pretentieus. Ach ja.

Je kunt ook zeggen: Lost River is niet perfect, maar prettig gedurfd. Een ode aan cinefiele regisseurs die, net als Gosling, lekker hun eigen gang gaan.