Column

Met een kaaswagen de wereld in

Uit een beleidsdocument over de Nederlandse inzending op de Wereldtentoonstelling in Milaan, die deze week opent: „Op typisch Nederlandse manier is de presentatie van deze thema’s licht vermakelijk en vaak amusant. Het is niet onze bedoeling om bezoekers te overweldigen met te veel informatie of ze te imponeren met Nederlandse successen.”

De Nederlandse ambitie in Milaan is ‘een hapje en een drankje’, in een atmosfeer die aan het festival Parade doet denken. Dat wordt een knusse boel tussen de nationale paviljoens van beroemde architecten uit andere landen. Nederland zendt een poffertjeskraam en een kaaswagen. Geen glamour. Gezellig.

Dat Nederland het vroeger van belang vond om op Wereldtentoonstellingen acte de présence te geven met het beste wat we in huis hadden, toont de aardige expositie Wat is Nederland? – nu te zien in het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Neem de beginselverklaring voor de Nederlandse inzending voor San Francisco 1915. Die beoogde „de Amerikaan duidelijk voor ogen te brengen de zelfstandigheid van het Nederlandse Rijk, de hoge trap van ontwikkeling op ieder gebied die het bereikt heeft en zijn grote betekenis als handels- en koloniale mogendheid van de eerste rang, waaromtrent bij de meesten nog volslagen onwetendheid of wel de meest zonderlinge denkbeelden bestaan”.

Helaas was, door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, San Francisco voor Europeanen moeilijk bereikbaar. Maar architect Willem Kromhout – bekend van het American Hotel in Amsterdam – had er wel het Nederlandse paviljoen voor mogen bouwen, zoals hij dat ook voor Brussel 1910 had mogen doen. Alleen had Kromhout in 1910 wel zijn ambitieuze Art Nouveau-ontwerp op last van de opdrachtgevers moeten veranderen in een stomvervelend staaltje ‘Hollandse Renaissance’ – getuige de maquette op de Rotterdamse expositie.

Overigens, geen Nederlandse inzending zonder dat er ergens een molen te zien was. Na het verlies van Indië verschuift de aandacht in de Nederlandse paviljoens naar technologie – wat een modern land we wel niet zijn!

Al is de radicale bescheidenheid van Milaan een first, Holland op z’n smalst speelde wel vaker een rol bij de Nederlandse inzendingen. De Nederlandse regering had uit zuinigheid zelfs helemaal willen afzien van Milaan 2015. De gemeente Rotterdam, het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering en andere instanties vonden dat wat te gortig, omdat het thema in Milaan ‘voedsel’ is en Nederland een belangrijke voedselexporteur. Voorbij zijn echter de tijden dat we wilden laten zien waarin een klein land groot kon zijn.

Voor de Nederlandse inzending naar Dubai 2020 heb ik, tegen een passende vergoeding uiteraard, trouwens een goed idee: een Nederlands Vinex-wijkje met echte bewoners die naar The Voice of Holland kijken of hun kinderen in een bakfiets naar de crèche brengen. Hek eromheen, en laat het publiek zich maar vergapen. Oergezellig. En meteen een mooie genoegdoening voor de nietsvermoedende ‘Surinaamse inboorlingen’ die in 1883 naar Amsterdam zijn verscheept om in een grote tent op de Wereldtentoonstelling aldaar maandenlang negerdorp te spelen. Goed thema: de schaamte voorbij.