Wie betaalt bepaalt – in musea grijpen verzamelaars de macht

Warhol: populair bij verzamelaars. Foto AP

Kunstverzamelaars bepalen steeds meer de koers van musea. Ze openen zelf musea en ze beïnvloeden in toenemende mate de veilingprijzen van hun favoriete kunstenaars. Dat zegt de Duitse econoom Magnus Resch, medeoprichter van Larry’s List, een in Hongkong gevestigd bedrijf dat onderzoek doet naar verzamelaars van naoorlogse en hedendaagse beeldende kunst.

Volgens het eerste, onlangs gepubliceerde jaarrapport van Larry’s List zijn er wereldwijd tussen de 8.000 en 10.000 grote verzamelaars van naoorlogse kunst actief. Het gaat om verzamelaars die tenminste High Net Worth Individual zijn. Dat wil zeggen dat ze minimaal 1 miljoen dollar vrij te besteden hebben, jaarlijks voor minstens 50.000 dollar aan moderne kunst kopen en in bezit zijn van een substantiële collectie. Larry’s List heeft de afgelopen drie jaar 3.111 van zulke verzamelaars opgespoord (van wie 37 in Nederland). Het bedrijf heeft goede redenen om te veronderstellen dat er nog zeker vijfduizend meer zijn.

Deze verzamelaars zijn het afgelopen decennium steeds invloedrijker geworden, zegt Resch. De markt voor moderne kunst is enorm gegroeid, van 826 miljoen euro in 2004 naar bijna 6 miljard euro vorig jaar. Bovendien komt uit het onderzoek naar voren dat ruim eenderde van de verzamelaars als bestuurder of adviseur verbonden is aan een museum, Verder heeft 12 procent zelf een museum geopend.

Het aantal verzamelaars in China, India en Brazilië groeit snel, maar vooralsnog woont een kwart van de grote verzamelaars in de Verenigde Staten. Het gemiddeld profiel: een man van 59 jaar.

Andy Warhol is de meest verzamelde kunstenaar. Werk van deze Amerikaan is in 8 procent van de grote verzamelingen vertegenwoordigd. Picasso volgt, met 5 procent, op de tweede plaats.