Kamp heeft grens bereikt met zijn gasstrategie

De Tweede Kamer zit minister Kamp (Economische Zaken) dwars. En de rechter had ook al niet in zijn voordeel beslist.

Een „gegeven”, noemde hij het droogjes. Maar aan alles was te zien dat minister Kamp (Economische Zaken, VVD) erg ongelukkig was.

Gisteren doorkruiste de Tweede Kamer voor het eerst serieus zijn aanpak van het Groningse aardgasdossier. Met een grote meerderheid stemde het parlement voor de omkering van bewijslast bij aardbevingschade. Gedupeerden hoeven straks niet meer bij de rechter aan te tonen dat schade aan hun huizen het gevolg is van gaswinning; gaswinningsbedrijf NAM moet het tegendeel bewijzen.

Kamp had zich nadrukkelijk uitgesproken tegen deze maatregel. Volgens hem is het niet nodig: nog niet één van de Groningse schademeldingen (39.581 tot afgelopen weekend) bereikte tot nu toe de rechter. Hij wilde bovendien eerst advies vragen aan de Raad van State. Maar de Kamer – aangevoerd door coalitiepartner PvdA – negeerde het pleidooi van de minister en stemde vóór. Behalve de omkering van bewijslast werden nog twee voorstellen aangenomen die Kamp niet zag zitten: natuur en milieu gaan een belangrijkere rol spelen bij vergunningen aan gas- en oliebedrijven. En gemeenten, provincies en waterschappen krijgen meer te zeggen over de verlening ervan.

Het was Kamps tweede gevoelige nederlaag in korte tijd. Twee weken geleden bepaalde de Raad van State al dat de minister de gaswinning bij het plaatsje Loppersum – het hart van het aardbevingsgebied – praktisch naar nul moet brengen. Daarmee zette ’s lands hoogste bestuursrechter een streep door een eerder winningsplan van Kamp, dat de gasproductie in Loppersum met 80 procent reduceerde.

Het lijkt er dus op dat de behoedzame, analytische strategie die Kamp tot nu toe volgde in dit dossier – stapje nemen, onderzoek afwachten, weer een stapje nemen – tegen haar grenzen is aangelopen. De rechter vindt zijn maatregelen voor de veiligheid van de Groningers niet ver genoeg gaan; de volksvertegenwoordiging vindt zijn steun voor gedupeerde bewoners niet snel genoeg gaan.

Ook in Groningen zelf zijn de kaarten opnieuw geschud. Vorige week trad een vers provinciebestuur aan dat bestaat uit alle partijen die Kamp in Den Haag bekritiseren vanuit de oppositie: SP, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks. In het coalitieakkoord bepleit dit nieuwe college een drastische vermindering van de gaswinning in Groningen. Daar heeft de provincie niets over te zeggen, maar de nieuwe ‘gasgedeputeerde’ (een SP’er) liet ook meteen weten liever zaken te willen doen met de Tweede Kamer dan met de minister. De speelruimte van Kamp is dus kleiner geworden.

Tijdens een debat gisteravond reageerde Kamp af en toe geprikkeld op verwijten van de PvdA en de oppositie. De minister, zeggen betrokkenen, voelt zich soms tekortgedaan door de Tweede Kamer. Hij is de eerste bewindspersoon die het gevaar van aardbevingen serieus heeft genomen, sorry heeft gezegd tegen de Groningers voor decennialange verwaarlozing van hun veiligheid van rijkswege en de gaskraan een eindje heeft dichtgedraaid. Toch oogst hij vrijwel uitsluitend kritiek – en dat steekt hem.

Begint Kamp de regie kwijt te raken? Bij de omkering van bewijslast had hij geen machtsmiddel om de PvdA in het gareel te krijgen: in het regeerakkoord staat niets over de gaswinning, dus in de coalitie geldt het als een ‘vrije kwestie’. Maar Kamp zou Kamp niet zijn als hij niet zou proberen het initiatief te herwinnen. Komende vrijdag gaat hij de situatie in de ministerraad bespreken, zo kondigde hij aan. ‘Groningen’ is daarmee voor de zoveelste keer een zaak voor de coalitietop.

Een optie die Kamp liet doorschemeren: de verbouwde wet niet naar de Eerste Kamer sturen en zo de omkering van bewijslast blokkeren. De vraag is of coalitiepartner PvdA akkoord zal gaan met zo’n poging van Kamp om verder te gaan op zijn eigen, onverstoorbare weg.