Column

Alles declareren, dat is gewoon superprofessioneel

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Er zijn van die mensen die nooit iets declareren op kantoor of die het altijd vergeten. Zo was ik vroeger. Toen voelde ik me altijd wat bezwaard om te declareren. Dat kwam natuurlijk door mijn protestants/Fries-Groningse wortels. Het was de tijd dat ik zelf mijn toiletpapier meenam naar kantoor en af en toe de baas vijftig euro toestopte voor een representatieve stropdas als hij een belangrijke meeting buiten de deur had.

Maar sinds ik merkte wat het scheelt per maand, is dat veranderd. Tegenwoordig declareer ik alles. Ik heb er van die pockets van Elsevier bij op schoot en alle gebundelde jaargangen van de Kampioen en Consumentengids en ik kan jullie zeggen: ik heb er echt aardigheid in gekregen.

Weet je wat het ook is: niet-declareren scoort niet. Ik heb nog nooit iemand waarderend over een ander horen zeggen ‘o die declareert zo lekker weinig’. Sterker nog, ik ben erachter gekomen dat het superprofessioneel gevonden wordt als je declareert, net als dat het relevant staat om elk half jaar over je salaris te klagen.

Wat ook grappig is: bedrijven merken er amper iets van, van declareren. Ze hebben er namelijk aparte bakken met cash voor klaarstaan. Voor vaste contracten is nooit geld, maar voor declareren zijn er miljarden. Wist ik niet, maar dat gaat uit potjes die nooit leegraken. Grote bazen scheppen er ook over op, onder elkaar, over hoeveel hun werknemers declareren, dus doe het ook! Ik heb er zelf bijvoorbeeld een villa met zwembad, carport en serre van laten neerzetten.

Neem dus altijd een taxi naar kantoor als de trein vijf minuten vertraging heeft, of als het oliepeil niet helemaal goed zit: DECLAREREN. Verder natuurlijk altijd je dataroaming open, ook in het buitenland: je moet altijd bereikbaar zijn voor de baas en de laatste strandfoto’s kunnen appen. Verder vind ik dat je een eersteklas-treinkaartje mag declareren als er Fransen in de tweede klas zitten of als er vouwfietsen staan.

Wat ik ook altijd doe: musea declareren, concerten, voetbalwedstrijden, vakanties naar Kiribati, en mijn abonnementen op Netflix en De Correspondent onder het motto: ‘je weet maar nooit wanneer je er iets aan hebt tijdens een creatieve brainstorm’. Verder kan je natuurlijk oesters declareren, kaviaar en haring voor de visolie (vet gezond) en elke ochtend een dubbele espresso met slagroom om op kantoor meteen te kunnen beginnen met knallen.

Ik vind wel dat declareren transparanter moet. Ik stel voor het op zijn Moszkowicz’ te gaan doen: handje contantje. Dan zit de baas elke laatste vrijdag van de maand in de kantine achter een kasje met contanten, moet je al je bonnetjes bij hem inleveren en gaat hij met een grote telmachine uitrekenen wat je terugkrijgt.

Maar het mooiste is natuurlijk live meekijken hoe je collega’s declareren, is ook gezelliger om te weten waar iedereen is. Dat je een liveverbinding hebt met de collega die zijn bezoek aan een entertainmenthal declareert. Of de lul van sales die „luncht” in Sauna Diana.

Jongens. Geld moet rollen. En zolang het allemaal binnen de kantoorjungle blijft, wordt iedereen er alleen maar beter van.