‘Ik wilde me echt kunnen vastbijten’

Zijn regiedebuut, het duistere sprookje ‘Lost River’, kreeg een slechte pers. „Lauwe reacties zijn pas echt erg.”

Een luguber soort speelgoed in de nachtclub van Lost River.

De dag na de dreun: de avond daarvoor is eerste film van Ryan Gosling als regisseur, Lost River, in première gegaan op het filmfestival van Cannes, voor een enthousiaste zaal, maar een beduidend minder enthousiaste pers. Gosling, zowel een meisjesidool als de ster van opmerkelijke indiefilms zoals Drive, moet de volgende dag dezelfde pers weer onder ogen komen voor interviews. Hij neemt de kritiek gelaten op. „Niet iedereen hoeft hetzelfde te ervaren bij een film. Ik heb er geen moeite mee als er heel uiteenlopende reacties komen. Dat kan in de loop van de tijd ook nog veranderen. Films hebben hun eigen leven. Het zou pas erg zijn als de reacties heel lauw bleven.”

Lost River is een lynchiaans, duister sprookje over alleenstaande moeder Billy (Christina Hendricks) die met haar twee zoons het hoofd boven water moet zien te houden. Ze komt terecht in een bizarre nachtclub van de louche zakenman Dave (Ben Mendelsohn) die is gespecialiseerd in bloederige acts. Lost River geeft blijkt van durf, inventiviteit en visueel talent, maar de invloeden (Lynch, Nicolas Winding Refn) liggen er wel heel erg dik bovenop.

Ryan Gosling: „Voor mij is dit een film die zich op de grens begeeft tussen droom en nachtmerrie. Billy, de hoofdpersoon, is een vrouw die zich vasthoudt aan een droom met haar gezin, maar net over de drempel van hun huis begint de nachtmerrie. Ik was er helemaal niet op uit om een surrealistische film te maken, maar als je het leven probeert te vangen kom je daar al snel uit. Niets is zo surrealistisch als het leven zelf.”

Magiërs

Gosling, die ook het scenario schreef maar niet zelf in de film meespeelt, wilde al lang de overstap maken van acteren naar regisseren. „Toen ik een kind was dacht ik dat regisseurs een soort magiërs waren. Later kom je erachter dat ze gewoon heel harde werkers zijn. Regisseurs werken harder dan wie dan ook. Een regisseur moet heel koppig en vasthoudend zijn om zijn ideeën werkelijkheid te maken. Die vasthoudendheid wilde ik ook bij mezelf vinden. Niet dat acteren zo gemakkelijk is. Acteren kan ook zwaar zijn. Maar dat is meestal maar voor een korte periode. Als regisseur ben ik drie jaar met deze film bezig geweest. Je kunt er niet van weglopen. Als er een probleem is, moet jij dat oplossen. Dat is een heel anders dan acteren.

„Je ziet soms films van regisseurs die in hun eigen film spelen, en dan ziet dat er zo simpel en gemakkelijk uit. Maar dat is het zeker niet. Het leek me niet verstandig om in mijn eerste film als regisseur ook nog zelf een rol te spelen. Ik zou niet weten hoe ik dat had moeten doen.”

Bankroet

De film is geïnspireerd door de locatie, Detroit: ooit het centrum van de Amerikaanse auto-industrie, maar inmiddels al jaren bankroet. „Detroit is zo’n geweldige stad, met die enorme geschiedenis en onzekere toekomst. Je ziet een rij huizen, en het huis in het midden staat er niet meer. Je begint dan onmiddellijk te fantaseren welk gebouw daar ooit heeft gestaan. Je ziet een trap op een braakliggend terrein die nergens naartoe gaat. Dat zet je fantasie in werking. Als je met de mensen in Detroit praat, beschrijven ze hele buurten die niet meer bestaan, maar die voor hen nog werkelijkheid zijn. Detroit is geen spookstad, maar wel een stad die leeft met de spoken van het verleden. Die ervaring wil ik overbrengen.

„Ik hou van films als Black Orpheus en The Night of the Hunter, die een balans weten te vinden tussen een soort kinderlijke onschuld en de volwassen, duistere thematiek. Dat is haast een soort dualisme: een heel lastige balans om goed te krijgen als filmmaker, maar wel één die buitengewoon krachtig kan zijn.”