Column

Google en het Calimero-complex

Welkom bij de club. Dat dachten ze bij Intel en Microsoft toen de EU na vijf jaar onderzoek de officiële aanklacht indiende tegen Google. De zoekmachine geeft eigen diensten voorrang boven die van Europese concurrenten. En da’s niet eerlijk, oh nee, zou Calimero zeggen.

Intel betaalde de EU al eens 1,1 miljard euro boete, Microsoft betaalde ruim 2 miljard euro. Googles boete zou meer dan 5 miljard euro kunnen bedragen.

De klacht tegen Google komt van Europese uitgevers, internetwinkels en een beetje van Microsoft. Zij willen dat Google objectief is. Lastig, want de zoekmachine schotelt elke gebruiker andere resultaten voor. Er wordt bovendien dagelijks aan de zoekfilters gesleuteld – afgelopen week bezorgde Google duizenden websitebeheerders nog een hartverzakking door mobiele websites – sites die zijn aangepast voor mobiel gebruik – voorrang te geven in de zoekresultaten.

Het is in Amerikaanse ogen onverteerbaar dat de Europees Commissaris voor mededinging, Margrethe Vestager, belangen van bedrijven verdedigt. Google-ambassadeur Vint Cerf, de grondlegger van het internet, noemde het in deze krant een „Europees mentaliteitsprobleem”. Stop met zeuren en procederen, bouw liever zelf een Europese zoekmachine die ons Amerikanen van de sokken blaast.

Lijdt Europa aan een Calimero-complex – een typisch geval van zij zijn groot en ik is klein? Als het gaat om consumententoepassingen, hebben Amerikaanse bedrijven altijd een voorsprong. Zij hebben de massamarkt in de eigen achtertuin, Europa is een lappendeken aan nationaliteiten en regels.

Gelukkig maken die techreuzen elkaar het leven zuur. De eerste wet van Silicon Valley is dat er altijd ergens een concurrent loert, of het nou een miljardenbedrijf is of een stel pubers op een zolderkamer. Dat heet innovatie.

Daar ontkomt Google ook niet aan. De mobiele telefoon, inmiddels onze primaire computer, blijkt een stuk moeilijker te domineren. Zelfs al staat Google’s besturingssysteem Android op 80 procent van de smartphones, en zelfs al dwingt het internetbedrijf telefoonfabrikanten om Google-applicaties een prominente plek te geven. Dat varkentje belooft Vestager overigens ook nog te zullen wassen.

Googles werkelijke bedreiging heet niet Vestager maar Facebook. Diens netwerken, WhatsApp, Instagram, Facebook en de Facebook Messenger, domineren de app stores en zijn te vinden op elke telefoon.

Facebook heeft zich snel ontwikkeld tot een serieuze concurrent voor Google-dochter YouTube. De 1,4 miljard Facebook-leden kijken bij elkaar 4 miljard video’s per dag.

Google+ , in 2011 bedacht als antwoord op Facebook, wordt na drie jaar weer ontmanteld wegens gebrek aan succes. De eigen chat-app, Hang-Out, is minder in trek dan Facebook Messenger of WhatsApp.

Niet alles wat Google aanraakt verandert dus in goud. Dat gold voor Google+ en voor die hevig gehypete computerbril Glass. Het is een geruststellende gedachte dat Google kan mislukken, gezien de ambitieuze to do-lijst die er op het hoofdkantoor in Mountain View hangt: drones, robots, auto’s en onze huizen besturen, levens verlengen, een eigen mobiel netwerk bouwen en wereldwijd internet rondstrooien via heteluchtballonnen en satellieten. Er zijn James Bond-scripts die met minder beginnen.

Google financiert al die experimenten met zijn almachtige zoekmachine. Die moet in Europa wel aan de regels voldoen. Zelfs al worden die afgedwongen door een heel klein kuikentje.