Gezichten van het verzet

In het voorjaar van 1943 begonnen Duitse en Nederlandse rechercheurs een klopjacht op leden van Amsterdamse verzetsgroepen, zoals CS-6. In november waren ze op een paar na allemaal opgepakt. Met behulp van foto’s werden netwerken in kaart gebracht.

Verzetslieden waar de Sicherheitsdienst op joeg, onder meer door middel van deze ‘collage’. Foto collectie Stadsarchief Amsterdam

De fotootjes moeten zijn gesorteerd, uitgelegd en gefotografeerd in augustus of september 1943. De Amsterdamse politie heeft de foto van de foto’s gemaakt, in opdracht van de Sicherheitsdienst. De bedoeling lijkt duidelijk: de Duitsers onderzochten sabotageacties en verzetsdaden, en brachten op deze manier – door kiekjes, arrestatiefoto’s en pasfoto’s bij elkaar te leggen – verdachten in kaart. Als netwerken.

Schrijver en historisch onderzoeker Eric Slot (die vorig jaar de Moordatlas van Amsterdam publiceerde) vond de glasnegatieven in het Stadsarchief Amsterdam. Ze lagen in een onlogische doos, vandaar dat ze niet eerder zijn gevonden. Een bijbehorend logboek geeft nauwelijks nadere informatie, behalve over de volgorde van de opnamen. De eerste ‘collages’ zijn waarschijnlijk gemaakt in april 1943, vlak na de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam. De eerste plaat is dan ook een staalkaart van de mannen die op 27 maart de brand staken in het bevolkingsregister. De recherche was zeer effectief: alle daders waren binnen een paar weken opgepakt, niet meer dan twee zouden het overleven.

De foto op deze pagina toont vooral mannen en vrouwen die betrokken waren bij de verzetsgroep CS-6, hoogstwaarschijnlijk genoemd naar het adres van de familie Boissevain, Corellistraat 6 in Amsterdam. Op deze foto’s staan vier Boissevains: moeder Mies [foto bovenste rij, vijfde van links], zoon Gi [bovenste rij, eerste van rechts], achterneef Lou [tweede rij, derde van rechts], en zoon Frans [vierde rij, tweede van rechts]. Vader Jan was al gearresteerd toen deze foto werd gemaakt. De in CS-6 zeer actieve zoon Janka (Jan Karel) ontbreekt. Misschien had de recherche hem nog niet in beeld. Misschien hadden ze domweg (nog) geen fotootje van hem.

Het geeft de foto’s een duistere lading: het besef dat rechercheurs in de Aussenstelle van het Sicherheitshauptamt aan de Euterpestraat de kaarten legden voor een klopjacht, terwijl sommige geportretteerden nog vrij rondliepen, acties planden en uitvoerden, brieven schreven, muziek maakten, lazen, leefden.

„Jongens die wat durfden!” Historicus Lou de Jong kon zich de aantrekkingskracht van CS-6 levendig voorstellen. De verzetsgroep verzamelde – voor zover bekend – militaire inlichtingen, pleegde aanslagen op treinen, op een bioscoop waar Duitse propaganda werd vertoond en op politiemensen, beambten en landverraders. Ze hadden banden met de CPN en met de groep die persoonsbewijzen vervalste.

Terroristen, nationalisten, Joden, communisten, een enkel ‘beestmensch’ – dat waren de benamingen die de Duitsers voor hen gebruikten. De gelijkgeschakelde Nederlandse kranten namen ze over in de op punten en komma’s na identieke verslagen van het proces tegen negentien leden van de groep op 30 september 1943. Ze werden vrijwel allemaal ter dood veroordeeld. Want ja, ze hadden Arthur Seyffardt gedood, de commandant van het Nederlandse vrijwilligerslegioen, en Herman Reydon, topambtenaar van het departement van volksvoorlichting, en tandarts De Jonge Cohen die zijn Joodse patiënten verried. Ze hadden ook een aanslag op NSB-leider Mussert voorbereid. Die werd verijdeld doordat het restaurant waar ze hem zouden doden, de dag ervoor gesloten werd. In totaal zouden leden van CS-6 24 liquidaties hebben gepleegd.

Ten minste veertien van de mensen op deze foto liggen op de erebegraafplaats in Overveen. Het eerste wat opvalt: wat waren ze godvergeten jong! Studenten, jonge kunstenaars, kantoorbedienden en werklui. Ze waren vaak nog geen twintig toen ze besloten zich te verzetten tegen de Duitse bezetting. Het volgende dat opvalt: wat waren vrouwen goed vertegenwoordigd. De huidige NIOD-directeur Marjan Schwegman schat dat ongeveer een derde van de leden vrouw was (in: Het stille verzet, 1980).

De groep werd opgerold door speurwerk, verraad en door informatie die bij arrestaties en huiszoekingen werd verkregen. Zo werd Sape Kuiper [bovenste rij, vierde van rechts] opgepakt na de liquidatie van De Jonge Cohen, doordat een glazenwasser zijn ladder voor de fiets van de vluchtende verzetsman smeet. Van Kuiper wordt gezegd dat hij na hardhandige ondervraging enkele adressen doorgaf. Rechercheurs gingen er posten en wisten zo onder anderen Reina Prinsen Geerligs [tweede rij, tweede van links] op te pakken. In betrekkelijk korte tijd was vrijwel de gehele groep opgepakt en gefusilleerd of naar kampen gestuurd. „In november 1943”, aldus Marjan Schwegman, „was het praktisch gedaan met CS-6.