Column

Geef vluchtelingen hun naam terug

Elsie Ragusin (rechts) op 28 april 1945 in Malmö, te zien inEvery Face Has A Name (2DOC/IKON)

Een heel aardige reportage in Kruispunt (KRO) van afgelopen zondag portretteerde bejaarde Nederlandse emigranten in Canada. De meesten spreken na ruim zestig jaar nog steeds Engels met een sterk accent, maar het Nederlands zijn ze ook voor een groot deel vergeten.

Een flink aantal heeft spijt van de keuze, bijna allemaal voelen ze zich ontheemd, want Canada is niet zo gezellig. De moraal is dat bijna niemand voor zijn plezier van land verhuist.

Dat is een belangrijk inzicht, met actualiteitswaarde. Om de huidige stroom van vluchtelingen acceptabel te maken voor ons Europeanen, is het van belang dat we ons in hun motieven kunnen verplaatsen. Medelijden helpt minder goed dan herkenning. Het zou mooi zijn als de ontmenselijking in de beeldvorming stopte. Zodra we een asielzoeker bij naam en gezicht kennen, willen we niet meer dat hij teruggestuurd wordt.

Anonieme vluchtelingen een naam teruggeven is ook het uitgangspunt van de Zweedse documentaire Every Face Has A Name (2DOC/ IKON). Daarin wisselt regisseur Magnus Gertten beelden van de kade van het Siciliaanse Pozzallo vorig jaar af met archiefbeeld in zwart-wit van de aankomst van een veerboot in Malmö op 28 april 1945. Die dag arriveerden er 1.948 mensen uit Duitsland, veelal overlevenden van concentratiekampen. Zweden ontving ze ruimhartig.

Displaced Persons (DP’s) werden ze ook wel genoemd. Gertten had naast de filmbeelden een namenlijst en ging op zoek naar de namen en verhalen achter de gezichten. Hij vond een handvol mensen die nu nog leven. Zo sprak hij een Noorse voormalige verzetsman een week voordat hij stierf. Deze man was in Neuengamme getuige geweest van medische experimenten met kinderen.

Het is een bont gezelschap: veel Joodse vrouwen, een Franse verzetsheld („De dood is voor mij een oude minnares, met wie ik vaak geslapen heb”) en een Italiaans-Amerikaanse studente die op familiebezoek in Italië was toen de oorlog uitbrak. Elsie Ragusin kan er nog steeds niet over uit dat ze door de Duitsers naar Auschwitz werd gedeporteerd, want daar hoorde ze toch echt niet thuis. Alsof dat voor al die anderen niet gold.

Opvallend veel van de opgespoorde mensen blijken zeventig jaar later niet erg geïnteresseerd in die archiefbeelden. Sommigen wijzen aarzelend op hun moeder of zichzelf, anderen kijken emotieloos, een enkeling weigert pertinent er kennis van te nemen. Ze vecht al die jaren al tegen de herinneringen, die ze liever verdringt, en dan heb je weinig aan zo’n film.

Voor de neutrale kijker zijn de haarscherpe gezichten van die vluchtelingen van toen echter fascinerend. Ze zijn bevrijd, hebben een gevaarlijke boottocht overleefd, maar zijn in het algemeen nog niet aan een lach toe. Ook hier is Elsie min of meer een uitzondering, je ziet haar genieten van een echte douche.

Critici zullen beweren dat je de huidige vluchtelingen niet mag vergelijken met die van toen, en dat de Siciliaanse beelden er met de haren bij gesleept zijn. Maar de dofheid is dezelfde, net als de ontsmetting en de hulpverleners in beschermende kleding. Op 1 juli 2014 betraden 596 vluchtelingen de loopplank. Als een klein Afrikaans meisje op het schip al wippend op haar stoel achterover valt, schieten er drie mannen in witte pakken toe. Wie vraagt in 2084 naar haar verhaal?