G9 wil cultuurcontracten

Negen grote gemeenten willen ‘cultuurnotacontracten’ met de Rijksoverheid en de landelijke cultuurfondsen sluiten. Dat schrijven ze in een brief die ze vlak voor het weekend hebben verstuurd aan minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA). Ze stellen dat „een gezamenlijke verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid” met het Rijk daarbij het centrale uitgangspunt moet zijn.

In de brief schrijft de Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren namens het negental dat zij vinden dat stedelijke en regionale uitgangspunten „als basis dienen voor het kunst- en cultuurbeleid van Nederland”. Voor de kunstenplanperiode vanaf 2017 moeten Rijk en gemeenten al meer samen optrekken, vanaf 2021 moet de „nieuwe verhouding tussen stad en staat” in een nieuw stelsel meer verankerd zijn.

De negen gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Arnhem en Maastricht) sluiten daarmee aan bij het advies dat de Raad voor Cultuur eerder deze maand gaf om in het cultuurbeleid meer het voortouw te geven aan stedelijke regio’s. Gemeenten geven jaarlijks in totaal 1,7 miljard euro aan cultuur uit, waarvan ongeveer 600 miljoen van de G9 komt. Het Rijk spendeert jaarlijks 740 miljoen euro aan cultuur.

Op 20 mei hebben de negen wethouders een gesprek met minister Bussemaker, die in eerste instantie terughoudend reageerde op het advies van de Raad voor Cultuur om het initiatief bij stedelijke regio’s te leggen.