Detroit Gothic, nu het nog kan

Verloederd Detroit speelt de hoofdrol in duistere films als ‘Lost River’. Maar nu de stad is herontdekt dreigt gentrificatie.

Bones (Lain Decaestecker) bij de verdronken stad.

Brandende huizen, overwoekerde straten en een geheimzinnige verdronken stad. Dat is het Detroit dat acteur Ryan Gosling in zijn regiedebuut Lost River tevoorschijn tovert. Een duistere sprookjesstad waar de Amerikaanse droom heenging om te sterven. Een versteende nachtmerrie van regisseur David Lynch.

Detroit speelt in meer recente films zo’n metaforische rol. In de horrorfilm It Follows, die vorige week in première ging, cirkelt alle actie om het stadscentrum heen. Het hart van de stad is al heel lang verlaten en taboe. En dat is precies waar ze heen moeten om het kwaad aan te pakken, in een spookachtig, verlaten art-decozwembad. Maar ook de iconische suburbs zijn al lang niet meer de veilige enclave die ze ooit waren. Een van de jeugdige hoofdpersonen herinnert zich dat ze als kind nooit voorbij 8 Mile mocht komen, de titel van de semi-autobiografische film over rapper Eminem die aan de verkeerde kant van Detroits demarcatielijn opgroeide en zich als wit kind in de zwarte binnenstad een weg naar buiten moest rappen.

Detroit is het symbool van een omgekeerde stad. Halverwege de vorige eeuw was het de vierde stad van de Verenigde Staten. Dankzij de auto-industrie verrezen fabrieken en openbare gebouwen met de grandeur van paleizen en kathedralen. Maar op het imposante station zijn al sinds eind jaren tachtig geen treinen meer aangekomen. Nadat ‘goedkope Japannertjes’ de automarkt hadden overgenomen, raakte de stad in rap tempo in verval. Welgestelde blanken namen de wijk naar voorsteden als Oakland County, en alleen de allerarmsten bleven over in het centrum dat ten prooi viel aan leegstand en verwaarlozing. Zie Paul Schraders regiedebuut Blue Collar (1978) waarin alle working class-ellende – corruptie, impotente vakbonden, kruimelmisdaad – al in Detroit samenkomen. Van de 1,8 miljoen inwoners van 1950 waren er in 2010 nog ruim 700.000 over. Drie jaar later moest de stad zich zelfs failliet laten verklaren.

Filmmakers hebben de stad nooit verlaten. In de RoboCop-franchise was Detroit vanaf 1987 het dystopische decor voor een post-humane, gewelddadige en criminele toekomst. Clint Eastwood situeerde er in 2008 Gran Torino, zijn persoonlijke afrekening met de Amerikaanse droom, waarin de auto uit de titel niet voor niets een van de types was die autogigant Ford in z’n hoogtijdagen in Detroit produceerde. Fransman Luc Besson, die al wist hoe je de misère in de Franse buitenwijken filmisch uit moest buiten, stak vorig jaar de Atlantische Oceaan over om er Brick Mansions, de remake van Banlieue 13 (2004), op te nemen: een futuristische en sociologisch subversieve nachtmerrie waarin een projectontwikkelaar een atoombom op de sloppen wil gooien om in één klap plaats te maken voor peperdure stadsvernieuwing.

Er zijn weinig steden die zo’n filmische symboolfunctie hebben als Detroit. Parijs is er eentje, New York: steden die zelf de hoofdrol van films overnemen. Er zijn veel meer steden die zuchten onder het juk van leegstand en Verelendung, maar in Detroit oogde dat schrijnender, melancholieker. Dat komt door die schitterende ontaarde Gotham-architectuur, die uitgestorven fabrieken, gesloopte bioscopen, lege parkeergarages. Grandioze nutteloosheid.

Maar het verval dreigt nu te vervallen. Hippe creatieven op zoek naar goedkope woonruimte trekken terug naar de stad, projectontwikkelaars slaan verlaten wolkenkrabbers in en stedenbouwkundigen zien het geval Detroit als een speeltuin voor stedenplanning 2.0.

De stad is helemaal the place to be, niet langer de plek waar je nog niet dood gevonden wilde worden, getuige deze quote uit de parodiefilm Kentucky Fried Movie (1977), waarin een CIA-agent naar de stad verbannen dreigt te worden: „No! No, not Detroit! No! No, please! Anything but that! No! No!”

Yes, yes, yes. Voordat de gentrificatie toeslaat, wil je als visuele ramptoerist graag nog even in deze glorieuze ruïnestad rondwalen of in een van die vampiers veranderen uit Jim Jarmusch’ recente ode aan Detroit in Only Lovers Left Alive. Parasiteren op de grandeur van het verleden.