Auschwitz: de cirkel is rond

Oud-aanklager Gerhard Wiese nam deel aan het eerste Auschwitzproces, verfilmd in ‘Im Labyrinth des Schweigens’.

Met het proces tegen Oskar Gröning, de boekhouder van Auschwitz, loopt in Duitsland waarschijnlijk het laatste Auschwitzproces. Vanaf deze week is Im Labyrinth des Schweigens in de Nederlandse bioscopen te zien, over het grote Auschwitzproces van 1963. „Een keerpunt in de geschiedenis”, aldus de Duits-Italiaanse acteur Giulio Ricciarelli (1965) die met de film zijn regiedebuut maakt. Aan de telefoon vertelt hij dat voor zijn gevoel de cirkel nu rond is: „Door dit proces werd het grote zwijgen over de Holocaust in Duitsland doorbroken. Een hele generatie was opgegroeid in onwetendheid.”

Gerhard Wiese (86) was een van de openbaar aanklagers die het proces voorbereidde. Johann Radmann, de fictieve hoofdpersoon van de film, is deels op hem gebaseerd. „We wisten ervan en we wisten er niet van. Auschwitz, Treblinka, Bergen-Belsen: de namen van de kampen waren bekend. Maar de omvang van de gruwelen niet.” Toen hij er als jongeman in krijgsgevangenschap van hoorde, deed hij het af als propaganda van de geallieerden: „Dat was misschien wat al te snel, maar we waren door de nazi’s zo vergiftigd met propaganda dat we helemaal niets meer vertrouwden. Daarna kwam de wederopbouw: bondskanselier Adenauer zelf die zei dat Duitsland na het veroordelen van de kopstukken in Neurenberg vooruit moest kijken.” Pas toen hij in de aanloop naar het proces het dagboek van kampcommandant Rudolf Höss in handen kreeg, drong de volle omvang van de misdaden tot hem door.

Ook vandaag nog verbaast Wiese zich over het proces van ontkenning en verdringing. Diepe zucht: „Men wordt niet graag aan zijn fouten herinnerd.” Hij voelt zich wel verantwoordelijk: „Ik ben nu de laatste getuige van het proces die nog in leven is, dus ik grijp voor zover mijn leeftijd dat toelaat elke kans aan om het verhaal te vertellen. In die zin heeft het proces ook mijn persoonlijke leven zeer gekleurd.”

Doorbraak

Trots is er ook om de juridische aspecten van het proces, een doorbraak in de rechtspraak. „Tot dan toe was het zo dat oorlogsmisdaden altijd door de overwinnaars werden bestraft. In dat licht werd het Neurenbergproces ook in Duitsland gezien. Het waren militaire aangelegenheden. Nu ging het niet alleen om kopstukken, maar gewone soldaten, daders en bureaucraten. Voor het eerst in de geschiedenis werden die thuis, door hun eigen rechters, ter verantwoording geroepen.”

Tot veel veroordelingen leidde het niet. „Het rechtssysteem was niet ingesteld op zaken als deze. Maar door die eerste processen zagen we in dat de nazi’s een industrieel systeem hadden opgetuigd met als enige doel de vernietiging van mensen. En dat iedereen die daar deel in had, verantwoordelijk was en bestraft moest worden. De zaak tegen boekhouder Gröning was ons destijds al bekend, maar kan nu pas door tal van redenen voor jurisprudentie zorgen.” Wiese doelt op het proces tegen Sobibor-bewaker John Demjanjuk, die stierf voor het tot een uitspraak kwam. „Het gaat nu ook om de gedachte dat je als individu ook verantwoordelijk bent voor jouw deel in het geheel.”

Voltooiing

Zowel Wiese als regisseur Ricciarelli ziet het proces tegen Gröning als de voltooiing van het proces. Maar ze hebben er verschillende gevoelens over. De regisseur is tevreden als mensen de ogen worden geopend: „Nu zijn de laatste getuigen nog in leven. Over tien jaar kan het niet meer. Ik vond het een heel ontroerend moment dat Holocaust-overlever Eva Kor naar Duitsland reisde om Gröning de hand te schudden en te vergeven. Al is dat een controversieel moment.”

Voor Wiese overheerst de hoop dat het recht zal zegevieren, al laat hij tussen de regels doorschemeren niet te denken dat de hoogbejaarde Gröning nog wordt vastgezet. Hij legt zich maar moeilijk neer bij onbestrafte misdaden. Ter illustratie vertelt Wiese zijn meest aangrijpende herinnering aan het proces. „Een Roemeense arts kwam met zijn vrouw en drie kinderen in Auschwitz aan en herkende bij de selectie een SS’er, een vertegenwoordiger die hem voor de oorlog producten had verkocht. Hij vroeg hem of hij ervoor kon zorgen dat zijn familie bijeenbleef: vrouw, tweelingdochtertjes. Bij het woord tweeling was er opeens aandacht. Ja, de man kon wel iets voor hem doen: de meisjes konden een bijzondere behandeling krijgen. Waarvan we nu weten dat het de experimenten van Mengele met tweelingen betrof. Toen bleek dat ze een twee-eiige tweeling waren, werden ze waardeloos voor dat onderzoek en daarmee was hun lot bezegeld. Na die getuigenis was het heel lang stil in de rechtszaal. Ook voor mij duurde het lang voordat ik weer in de gewone juridische toon kon praten. Dit waren niet alleen misdaden tegen mensen en de menselijkheid, maar tegen het geloof in rechtvaardigheid. Het recht moet dat rechtzetten.”