30 steenrijken drijven prijzen kunstmarkt op

In 2014 ging 51 miljard euro om in de kunstmarkt. Tienduizend verzamelaars van moderne kunst nemen daarvan een fors deel voor hun rekening. Larry’s List verzamelt informatie over hen.

Een 59-jarige man in New York, werkzaam op Wall Street, die dol is op Andy Warhol, enige honderden kunstwerken bezit, en als adviseur of bestuurder verbonden is aan een museum of andere publieke kunstinstelling.

Dat is het gemiddelde profiel van de gezichtsbepalende kunstverzamelaar, zoals geschetst door Larry’s List, een website in Hongkong die informatie verzamelt over welgestelde verzamelaars van hedendaagse kunst. Volgens het eerste, recent gepubliceerde jaarrapport zijn er wereldwijd tussen de 8.000 en 10.000 serieuze verzamelaars van hedendaagse kunst.

Als gewone miljonair die af een toe een duur schilderij koopt, beland je niet in Larry’s database. Je moet minstens een HNWI zijn, een High Net Worth Individual, dan wel een VHNWI of een UHNWI, een Very High- of een Ultra High Net Worth Individual. Dat zijn vermogenden die respectievelijk minstens 1, 5 dan wel 30 miljoen dollar vrij te besteden hebben. En zo’n rijke verzamelaar is pas een gezichtsbepalende verzamelaar als hij jaarlijks voor minstens 50.000 dollar aan kunst koopt en al een substantiële collectie bezit. De site heeft 3.111 van zulke verzamelaars in kaart gebracht. Maar Larry’s List heeft goede redenen om te veronderstellen dat er nog zeker 5.000 andere grote verzamelaars zijn die minder met hun passie te koop lopen dan veel Amerikaanse collectioneurs doen.

Larry’s List is een fantasienaam en geen knipoog naar Larry Gagosian, ’s werelds grootste kunsthandelaar, bezweert Magnus Resch, een 30-jarige Duitse econoom die de site samen met zijn landgenoot Christophe Noe opzette. Zo’n database is geen overbodige luxe, zegt Resch. „Verzamelaars worden steeds invloedrijker. Ze bepalen mede de koers van musea, ze openen zelf musea en ze beïnvloeden de veilingprijzen van hun favoriete kunstenaars. Ons rapport helpt om de markt beter te begrijpen.”

In Europa woont 38 procent van de grote verzamelaars. Maar met 25 procent van de verzamelaars is de Verenigde Staten het land met het grootste contingent collectioneurs. Geen stad telt zoveel verzamelaars als New York: 9 procent van het totaal.

Dat klinkt allemaal nog vertrouwd. Maar wat voorheen de Derde Wereld was, wint snel terrein: het aantal Aziatische verzamelaars (18 procent) groeit snel, en na New York en Londen is São Paulo (3 procent) nu de stad met de meeste verzamelaars. Grote verzamelaars zijn man (71 procent van het totaal) en op leeftijd (bijna driekwart is de 50 al gepasseerd). Bijna de helft van de verzamelaars bezit meer dan 500 werken. Andy Warhol is de meest verzamelde kunstenaar (vertegenwoordigd in 8 procent van de collecties). Larry’s List wijst China aan als dé kunstmarkt in opkomst. Een Chinese kunstenaar zal de volgende kunstmarktster worden en de grote verzamelaars zullen bepalen wie dat wordt, voorspelt de site.

Nog nooit heeft de kunstmarkt zo gebloeid als nu, bleek uit het vorige maand gepubliceerde onderzoeksrapport van Tefaf. De omzet groeide het afgelopen jaar met 7 procent naar 51 miljard euro (dat is ongeveer met de wereldwijde verkoop van iPhones vorig jaar). Vooral de koop van naoorlogse en hedendaagse kunst zit in de lift: vorig jaar goed voor 24,5 miljard euro. Dat veronderstelt een stevige markt. Maar schijn bedriegt.

Om te beginnen verzamelt slechts een klein deel van de rijken kunst. Volgens het jaarlijkse rapport van Capgemini en RBC Wealth Management telde de wereld begin vorig jaar wereldwijd 13,8 miljoen High Net Worth Individuals, ruim 15 procent meer dan een jaar eerder. De tienduizend grote kunstkopers van Larry’s List maken dus slechts 0,07 procent van het geheel aan rijke mensen uit.

Maar het groepje kunstverzamelaars dat de bloei van de markt werkelijk bepaalt, is veel kleiner. Volgens Tefaf werden vorig jaar 1.530 kunstvoorwerpen geveild voor meer dan 1 miljoen euro, voor het leeuwendeel ging dat om naoorlogse beeldende kunst. Die topverkopen maakten slechts 0,5 procent van het totaal aan transacties uit, maar ze waren wel goed voor bijna de helft van de volledige omzet aan beeldende kunst.

Een groep van hooguit dertig steenrijke verzamelaars is verantwoordelijk voor de meeste van die 1 miljoen-plus-veilingresultaten. Met elkaar jagen zij de prijzen voor een klein groepje kunstenaars op. Een van hen is Gerhard Richter. De 83-jarige Duitser ziet de speculatie met zijn werk met lede ogen aan. Op een veiling in Londen bracht een abstract schilderij van hem in februari 41 miljoen euro op, bijna drieduizend keer de prijs waarvoor hij het in 1986 verkocht.

De veilingprijzen vervullen hem met afgrijzen, zei Richter deze maand in Die Zeit. Hij sprak van een alarmerende ontwikkeling, waarin hebzucht en snobisme leiden tot financiële speculatie. „In veilingcatalogi zie ik steeds meer troep aangeboden voor steeds hogere prijzen. Jonge kunstenaars bieden hun werk rechtstreeks op veilingen aan, op jacht naar het grote geld. Kunst kan zich niet meer langzaam ontwikkelen, zoals in het verleden. Uiteindelijk gaat het over niks anders meer dan prijzen.”