Zonder druk naar Spelen van 2016 toewerken

Een jaar voor de Olympische Spelen weten zeilers zich al geplaatst voor Rio 2016. Dat geeft rust, maar de vroege selectie heeft ook risico’s.

Lilian de Geus weet zich nu al geplaatst. Foto’s Richard Langdon/Ocean Images

Het duurt nog precies 465 dagen voordat in Rio de Janeiro de Olympische Spelen beginnen. Maar een aantal Nederlandse zeilers is nu al verzekerd van een ticket naar de belangrijkste wedstrijd in hun carrière. „Opluchting”, is het eerste woord dat Mandy Mulder te binnen schiet.

Zondag kwalificeerde ze zich met catamaranpartner Coen de Koning officieel voor de Spelen, met een tweede plaats bij de World Cup voor de kust van Hyères in Zuid-Frankrijk. Maar nu pas begint ze een beetje te ontspannen. Met dat resultaat is de nationale concurrentiestrijd met Steven Krol en Renée Groeneveld nu al beslecht.

De zeilers zijn er vroeg bij. Zeven jaar geleden kreeg Mulder na een slopend selectieproces pas een maand voor de Spelen van Beijing (2008) groen licht van het Watersportverbond. „Dat leverde de laatste maanden voor de Spelen enorme stress op”, herinnert ze zich. „Onzekerheid is nooit goed voor een mens.”

Het is een van de redenen dat de bond, in samenspraak met NOC*NSF, het olympische selectieproces zo ver mogelijk naar voren heeft gehaald. „Wij geven de sporters heel graag de mogelijkheid zich optimaal voor te bereiden op de Spelen”, zegt Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF. Zeker bij de zeilers, die de afgelopen jaren zijn uitgegroeid tot één van de hofleveranciers van ‘TeamNL’.

Inmiddels is Marit Bouwmeester (Laser Radial) op basis van haar recente prestaties al zeker van ‘Rio’, net als de jonge windsurfster Lilian de Geus, die afgelopen weekeinde in Hyères voor het eerst een World Cup won. Olympisch kampioen Dorian van Rijsselberghe zit nog in de wachtkamer – vooral omdat hij door een polsbreuk in februari niet optimaal kan varen.

De ervaringen tijdens de Spelen van Londen (2012) leren dat een lange voorbereiding zinvol is, zegt Jacco Koops, het brein achter de jarenlange successen in de 470-klasse. Nu is hij coach van De Geus, die hard op weg is naar een plek in de wereldtop. „We hebben geleerd hoe belangrijk het is dat de sporter rustig kan toewerken naar de Spelen, zonder dat hij wordt afgeleid door onderlinge strijd. Dat gaat eigenlijk altijd gepaard met een vermindering van het niveau, terwijl je juist beter wilt worden voor de Spelen. Je wilt het lijf en het hoofd vrijmaken van selectiestress.”

Als voorbeeld noemt hij de onderlinge strijd tussen de Laserzeilers Rutger van Schaardenburg en Roelof Bouwmeester, die tot vlak voor de Spelen van Londen doorging. Uiteindelijk viel Van Schaardenburg tegen met een veertiende plaats. Drie jaar later is hij opnieuw in een hevige binnenlandse concurrentiestrijd verwikkeld – nu met Nicholas Heiner, die vorig jaar verrassend wereldkampioen werd in Santander. Maar ook hun tweegevecht wordt ruim een jaar voor Rio beslecht.

Dat heeft mede te maken met het karakter van de sport, bij uitstek locatiegebonden. Wie straks in de Baai van Guanabara wil strijden om de medailles zal op de hoogte moeten zijn van wind en stroming. „We zijn al heel lang bezig met metingen”, zegt Koops. „We proberen patronen te ontdekken, het is in Rio minder voorspelbaar dan in Weymouth. De stroming is eigenlijk nooit hetzelfde in Rio. Dat betekent dat je er heel veel moet varen, het water ontdekken.” Alleen al om die reden zal de hele zeilploeg in augustus bekend zijn, een jaar voor de Spelen, als in Rio officiële testwedstrijden worden gehouden.

Mandy Mulder kan niet wachten, maar ze is blij dat de druk er af is. De afgelopen tijd kreeg ze nauwelijks kans om volledig te herstellen van een slepende nekblessure die ze in september 2013 opliep. „Als je heel veel wedstrijden moet varen lukt het niet om helemaal fit te worden.”

En ze krijgt met De Koning ook eindelijk tijd voor specifieke trainingen, bijvoorbeeld om hun start te verbeteren. „De afgelopen wedstrijden konden we geen enkel risico nemen, want als het mis gaat verlies je de nationale selectie. Dus je start altijd behouden, op halve kracht. Maar als je wilt leren moet je soms flink op je bek gaan.”

Toch kan een vroege selectie ook nadelen hebben. Mulder herinnert er nog maar eens aan dat ze destijds op de Gele Zee bij Qingdao, ondanks dat gruwelijke selectieproces tussen negen Nederlandse vrouwen in drie Yngling-boten, wél olympisch zilver haalde. „Het voordeel van die methode is dat je de competitie heel lang op een hoog niveau houdt”, zegt ze.

Jacco Koops ziet in mogelijke blessures een groter nadeel van zo’n vroege selectie. Nu de nationale selectie in een aantal zeilklassen is beslist is voor de ‘verliezers’ nu al een eind gekomen aan hun olympische campagne. Koops zag de Spelen in Londen bijna in het water vallen doordat Lisa Westerhof er maanden uit lag met Pfeiffer. En vlak voor de Spelen brak Lobke Berkhout een duim. „Als Dorian vlak voor de Spelen zijn pols breekt is het einde verhaal. Zoek dan nog maar eens een vervanger.”

NOC*NSF heeft wel voorzieningen voor uitzonderingssituaties, zegt Hendriks. In theorie zou een sporter die zich al zo vroeg verzekerd weet van olympische uitzending ook de bloemetjes buiten kunnen zetten. Of een blessure oplopen. „Daarom staat er in de algemene uitgangspunten dat de chef de mission uiteindelijk de uitzendbeslissing neemt”, zegt Hendriks. „Dat hebben we heel bewust gedaan, maar het is voor zeer uitzonderlijke gevallen.”

In theorie is het mogelijk dat een sporter die aan alle olympische kwalificatievoorwaarden heeft voldaan niet mee wordt genomen naar de Spelen. „Maar dan moeten er wel heel goede redenen zijn”, zegt Hendriks. Omgekeerd kan een sporter die zich niet heeft gekwalificeerd toch worden uitgezonden. Maar dan gaat het over noodscenario’s. Hendriks: „We hebben een zeer zorgvuldig systeem van normen en limieten dat voor 99,9 procent van de gevallen zorgt voor de selectie van TeamNL.”