‘Vindt u migranten ook zo bedreigend?’

Immigratiedebat

Premier Orbáns partij moet steeds feller concurreren met het extreem-rechtse Jobbik. Dat is te merken.

Orbán is hard tegen immigrant. Foto EPA

Premier Orbán wil weten wat Hongaren denken over immigratie. Maar niet zonder te suggereren wat ze zouden moeten denken.

„Ernstig demagogisch”, oordeelt opinieweekblad HVG over de vragenlijst die 8 miljoen inwoners binnenkort krijgen voor een ‘Nationale Consultatie’ over het migratiebeleid. Talrijke critici zijn het daarmee eens.

In de begeleidende brief rept Orbán niet over bootvluchtelingen of de ontberingen op de Westelijke Balkan-route die in Hongarije uitmondt. Wel over de aanslag op Charlie Hebdo. ‘Deze voor het menselijke verstand onbevattelijke gruweldaad’ toont volgens Orbán dat de EU ‘niet afdoende weet om te gaan met het immigratievraagstuk.’ Bovendien, stelt hij, zijn de migranten eigenlijk geen vluchtelingen, maar zijn ze uit op uitkeringen en banen. ‘We moeten beslissen hoe we de explosief groeiende economische immigratie willen inperken.’

Vervolgens moeten Hongaren aankruisen wat ze vinden van overheidsstandpunten herverpakt als suggestieve stellingen, zoals ‘Volgens sommigen is de door Brussel slecht aangepakte immigratie verbonden met de verspreiding van het terrorisme’ en ‘Volgens sommigen bedreigen economische migranten de banen en de levensvoorziening van de Hongaren’.

Om de ‘dreiging’ het hoofd te bieden oppert de regering forsere maatregelen dan Brussel wil: detentie, deportatie en de plicht om zelf hun levensonderhoud te betalen. Ruimte voor persoonlijke reflectie is er niet op het formulier, en alternatieven voor harde repressie behoren niet tot de antwoordmogelijkheden.

Dat is niet verwonderlijk, gezien de steeds fellere concurrentie tussen Orbáns conservatief-nationalistische Fidesz-partij en het extreem-rechtse Jobbik. Die partij, die eerder vooral opviel met anti-Roma- en antisemitische retoriek en fascistoïde beeldtaal probeert zich om te vormen tot een salonfähig alternatief voor Fidesz.

Fidesz-parlementslid László Pósán deed gisteren een duit in het zakje. Hij voorspelde ernstige samenlevingsconflicten als Hongarije, waar niet-blanke immigranten vooralsnog een ongewone verschijning zijn, meer illegale nieuwkomers uit andere culturen zou opnemen. Om zich vervolgens af te vragen of iemand het leuk zou vinden „als een kind op weg terug van school in de bus omringd werd door zes zwarte Afrikanen met dreigende toon en gebaren”.