Verkocht: 50.000 stemadviezen

Speciale bureaus geven grote beleggers jaarlijks duizenden stemadviezen. Zijn die bureaus te machtig?

Illustratie Fokke Gerritsma illustratie Fokke Gerritsma

Zo’n 50.000 keer per jaar moet de grootste belegger van Nederland een mening hebben, op enkele duizenden aandeelhoudersvergaderingen over de hele wereld. De vragen: voor of tegen de benoeming van een nieuwe topman? Voor of tegen het bonusbeleid? Voor of tegen de overname van een concurrent?

Die reuzebelegger is APG, de pensioenuitvoerder die belegt voor onder meer ambtenarenfonds ABP. Institutionele beleggers – pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders – hebben het razend druk. Dit is de periode waarin aandeelhouders van beursbedrijven bij elkaar komen om te stemmen over van alles en nog wat. Een beetje institutionele belegger heeft aandelen in duizenden beursgenoteerde bedrijven.

Van professionele aandeelhouders wordt verwacht dat ze betrokken zijn bij de bedrijven waar ze in beleggen – elk jaar even stemmen is dus wel het minste. Dat doen ze ook trouw. Maar: 50.000 meningen over 50.000 stempunten?

Die hoeven APG en andere grote beleggers niet allemaal zelf te verzinnen. Dat besteden ze uit aan stemadviesbureaus die gespecialiseerd zijn in het beoordelen van stempunten.

Ingefluisterd

Handig om dat werk uit handen te geven. Maar daarmee geven beleggers ook veel macht uit handen, zeggen bedrijven. Stemadviesbureaus hebben „veel invloed”, zegt bestuurder Harm-Jan de Kluiver van de VEUO, de vereniging van beursgenoteerde bedrijven. Hun adviezen worden volgens hem „in hoge mate” opgevolgd.

Ook de Europese Commissie heeft zorgen over de stemadviesindustrie en werkt aan nieuwe regels die stemadviesbureaus moeten reguleren. Zo wil de Commissie ze bijvoorbeeld verplichten te vertellen hóé ze tot hun adviezen zijn gekomen. Stemadviesbureaus vinden dat niet nodig, blijkt uit hun openbare reactie op de voorgestelde maatregelen. De Europese Commissie zou zich hebben laten influisteren door de „corporate community”, die de invloed „consistent overschat”.

De daadwerkelijke invloed van stemadviesbureaus is moeilijk objectief te meten. Een belegger kan ook na een eigen afweging hetzelfde stemmen als het stemadvies. Al kán een advies wel daadwerkelijk het verschil maken. In Nederland gebeurde dat bijvoorbeeld in 2008. Toen adviseerde een van de grote stemadviesbureaus tegen een nieuw beloningspakket voor de top van Philips. De aandeelhouders wezen het voorstel af. Die afwijzing werd destijds direct gekoppeld aan het negatieve stemadvies.

Twee dominante bureaus

Maar er is meer kritiek op de stemadviesindustrie dan alleen op hun vermeende invloed. Zo betwijfelen critici of stemadviesbureaus zich wel genoeg verdiepen in de bedrijven waarover ze adviseren. „Ze zijn geen aandeelhouder, dus ze hebben geen skin in the game”, zegt advocaat Michael Schouten van het Amsterdamse kantoor De Brauw. Hij promoveerde in 2012 aan de Universiteit van Amsterdam op de invloed van stemadviesbureaus. „Ze moeten in korte tijd heel veel stemadviezen produceren”, zegt Schouten. En dan moeten ze ook nog winst zien te maken. Tijd is geld.

Andere zorg is het gebrek aan concurrentie tussen stemadviesbureaus – en dus beperkte druk om het best mogelijke werk af te leveren.

Twee Amerikaanse bedrijven, Institutional Shareholder Services (ISS) en Glass Lewis, domineren de stemadviesmarkt volledig. Ook de Nederlandse. Glass Lewis laat in een reactie weten dat „de vermeende invloed” van stemadviesbureaus „onmogelijk” vast te stellen is. ISS heeft niet gereageerd op vragen van deze krant.

Grote Nederlandse beleggers willen wél praten, over hun relaties met stemadviesbureaus en hoe zwaar hun adviezen wegen. Zo krijgt PGGM, pensioenbelegger voor onder meer zorgfonds Zorg & Welzijn, stemadvies van zowel ISS als Glass Lewis, vertelt Rogier Snijdewind. Hij houdt zich als adviseur ‘verantwoord beleggen’ bezig met de 37.000 stemmen die PGGM (189 miljard euro belegd vermogen) jaarlijks uitbrengt. Het is ondoenlijk al die stempunten zelf te bekijken, zegt Snijdewind.

Grote beleggers hebben meestal geregeld dat ze geen standaardadvies krijgen, maar een individueel advies op basis van hun eigen stembeleid. En dan beoordelen ze naar eigen zeggen alsnog een aantal adviezen inhoudelijk. Met name over bedrijven waarin ze een groot belang hebben of bij controversiële onderwerpen. „Een overname bijvoorbeeld”, zegt Carola van Lamoen, hoofd van de afdeling governance en actief aandeelhouderschap van vermogensbeheer Robeco (248 miljard euro belegd vermogen).

En ja, zeggen beleggers, ze stemmen ook heus wel eens anders dan het stemadviesbureau adviseert. PGGM stemt bijvoorbeeld vaak tegen het advies in op het gebied van beloningen. „Wij zijn aanzienlijk kritischer.” Ook APG (424 miljard euro belegd vermogen) is op dat punt naar eigen zeggen zuiniger. „Stemadviesbureaus kijken met een Amerikaanse blik naar topbeloningen”, zegt een woordvoerder.

„Klakkeloos” overnemen

Voor de talloze ongevaarlijke stempunten die elk jaar terugkomen volgen institutionele beleggers doorgaans wel gewoon het stemadvies, zeggen ze. De goedkeuring van de jaarrekening bijvoorbeeld, décharge van de raad van bestuur, de benoeming van een nieuwe accountant. „Van de 37.000 punten waar we over stemmen, zijn er misschien een paar duizend echt controversieel”, zegt Snijdewind van PGGM. In totaal stemt PGGM in zo’n 12 procent van de gevallen tegen het stemadvies in. Snijdewind: Een „substantieel percentage.”

Maar niet alle beleggers doen zoveel moeite. Sommige aandeelhouders nemen stemadviezen wel „klakkeloos” over, zegt Van Lamoen van Robeco. „Hoe verder weg de belegger zit, hoe minder aandacht ze eraan besteden”, zegt De Kluiver van bedrijvenclub VEUO. Nederlandse beleggers erkennen dat zij ook meer aandacht besteden aan bedrijven in Nederland.

Dat maakt het probleem in Nederland „prangender” dan elders in andere landen, zegt De Kluiver. Buitenlandse beleggers hebben een relatief groot deel van de aandelen van Nederlandse bedrijven in handen. De Kluiver: „Een pensioenfonds in Californië met aandelen in 3.000 bedrijven gaat zich echt niet verdiepen in een Nederlands bedrijf.”