Politieprotest maskeert een wankele, verdeelde organisatie

De politie houdt al weken regelmatige toeterprotesten of rijdt in symbolische optocht langzaam op de snelweg. Hun boodschap: wij worden al jaren op de nullijn gehouden en we verdienen meer waardering. Ongeveer eenzelfde appel als destijds de schoonmakers, die onaangenaam werk doen, vaak in gebroken, losse contracten. De politieoptochten bevatten echter overheidspersoneel met een vaste baan, spannend werk en een redelijk inkomen. Vergelijkbaar met de leraar, verpleger en verkoper voor wie de onzekerheden tenminste even groot zijn en de toekomst even, of meer ongewis is.

De politieacties zijn publieksvriendelijk, hoewel file veroorzaken en leuzen op de weg kalken (marathon Rotterdam) ook schade toebrengen is. Dat is laakbaar en terecht verboden. De politie kondigt nu werkonderbrekingen aan. Dat actiemiddel is meer acceptabel.

De eis om ‘meer waardering’ is dus ook een vraag om respect, overigens vanuit een wankele organisatie. Door de oprichting van de Nationale Politie moesten zeer velen opnieuw hun functie of toekomst bepalen. De spanning met de korpsleiding is groot. De bonden lieten een kleine aanvaring – over het ‘leuzen kalken’ – met korpschef Bouman uitlopen op een gezagscrisis. Het ziekteverzuim is te hoog, veel politiepersoneel is gedemotiveerd of boos, wat ook bleek uit de harde reacties op de internetfora van de bonden. De reorganisatie brengt veel zwakke plekken aan het licht. Variërend van gebrekkige vakkennis bij agenten, dubieuze centrale inkoop van portofoons en auto’s, tot discriminatie en uitsluiting van moslimagenten. De nationale politie is ook nog niet zo goed als zou moeten. Wat samenwerking, handhaving (oplossingspercentages) en doelmatigheid betreft, is er nog een lange weg te gaan.

Dat het kabinet in het gesprek met de bonden nog geen krimp geeft, is dan ook te billijken. Ander overheidspersoneel zag eveneens de pensioneringsdatum vooruitgeschoven worden en de inkomens langdurig bevroren. Bij de politie bestaat intussen wel een ruimhartige 18 maandenregeling: feitelijk doorbetaald extra, tussentijds verlof. En een royale ‘partieel uittreden’-regeling. 55-plussers mogen hun werkweek terugbrengen tot 32 uur, 58-plussers tot 24 uur. Vooral in de meer vergrijsde korpsen buiten de Randstad zakt de parate sterkte daardoor in, met roosterproblemen als gevolg. Dat het kabinet nu inzet op minder vaste rechten zoals vrije weekenden, betaald trainen en speciaal verlof, is niet echt vreemd. Verworven rechten staan in veel cao’s ter discussie – die blijken duur en zijn financieel moeilijk vol te houden. Respect eisen als onderhandelingsstrategie is altijd gevaarlijk. Die nullijn had met waardering niets te maken. Wel met realisme.