Nederland wordt zo te afhankelijk van Russisch Gazprom

Vooral na MH17 doet minister Kamp er niet verstandig aan zo met Gazprom in zee te gaan, vindt Sijbren de Jong.

Als het aan Minister Kamp van Economische Zaken ligt, haalt Nederland meer gas uit Rusland als de aardgasproductie in Groningen omlaag moet en Nederland op termijn meer zal moeten importeren. Zijn redenering is simpel: de pijpleidingen liggen er al, Gasunie heeft goede banden met Gazprom, en vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is het veruit de goedkoopste optie. Echter, er zitten gevaarlijke adders onder het gras. Minister Kamp zou er goed aan doen verder te kijken dan bedrijfseconomische lijnen.

Nederland importeert relatief weinig gas uit Rusland; slechts 6 procent van de totale behoefte in 2013 kwam binnen via Gazprom. Ofschoon onze afhankelijkheid daarmee verwaarloosbaar is, onderhouden we wel degelijk innige banden met het Russische bedrijf. Met de gedachte dat Nederland ook als het Groningen gas op is een belangrijke speler moet blijven, heeft Gasunie een belang van 9 procent in de Nord Stream gaspijpleiding genomen. Nederland wil bovendien met haar ‘gasrotonde’ een belangrijke schakel zijn in het noordwest Europese gasnetwerk, en de Russen zien Nederland als een goede partij om gas op te slaan wat zij via ons netwerk weer aan andere landen kunnen verkopen zoals het Verenigd Koninkrijk.

Behalve van de gashandel profiteert Gazprom flink van het belastingstelsel in Nederland. Onder andere inkomsten uit dividend en van buitenlandse ondernemingen zijn vrijgesteld van belastingheffing en dankzij speciale afspraken met de belastingdienst betaalt Gazprom nauwelijks vennootschapsbelasting. Het merendeel van de firma’s die aan Gazprom gelieerd zijn en in Nederland gevestigd zijn, zijn brievenbusfirma’s.

Als het aan Henk Kamp ligt, zal de afhankelijkheid van Nederland van Gazprom in de toekomst toenemen. Maar dit is om uiteenlopende redenen een buitengewoon slecht idee. Allereerst is het een publiek geheim dat de Russische president Poetin Gazprom graag inzet als verlengstuk van zijn eigen buitenland beleid door een soort ‘verdeel en heers’ politiek te voeren tegenover Europa. Het recept is simpel: gunstige gascontracten voor staten die luisteren, en politieke druk en hoge prijzen voor staten die niet doen wat Poetin wil. Wat de consequenties zijn? Vraag het Litouwen, Polen, Bulgarije en Oekraïne, zij kunnen erover meepraten.

Het is geen toeval dat, juist nu Europa met Griekenland onderhandelt over haar schuld, Poetin de Grieken een vette vis voor de neus houdt in de vorm van innige samenwerking op het gebied van gasleveranties. Poetin wil zoveel mogelijk verdelen en heersen in Europa om de Europese slagkracht in het buitenlandse beleid te verzwakken.

Dit besef is zo langzamerhand ook doorgedrongen in Brussel. Gazprom ligt momenteel zwaar onder vuur in Europa. Afgelopen woensdag maakte Eurocommissaris voor mededinging, Margrethe Vestager, – na jaren van onderzoek – haar aanklacht tegen Gazprom bekend. Het Russische bedrijf wordt ervan verdacht Europese mededingingsregels te hebben geschonden, in het bijzonder door het vragen van te hoge prijzen aan een aantal Centraal en Oost-Europese lidstaten, door het hinderen van de handel in gas over de landsgrenzen heen, en middels het uitoefenen van ongeoorloofde druk op lidstaten waardoor alternatieve aanbieders en pijpleidingen moeilijk van de grond kwamen. Als Gazprom schuldig wordt bevonden, kan het een boete ontvangen van mogelijk 10 procent van de wereldwijde jaaromzet. Van sponsor van de Champions League, naar sponsor van de Jupiler League? Zo een vaart zal het niet lopen, maar een boete van meer dan 10 miljard euro gaat zelfs de Russische gasreus niet in de koude kleren zitten.

In de reactie op de aanklacht van de Europese Commissie deed Gazprom een opmerkelijke openbaring. In het perscommuniqué stond dat de Europese Commissie zich ervan bewust moet zijn dat het bedrijf is opgericht in Rusland, buiten de jurisdictie van de EU, en dat het de functie vertolkt van een strategisch bedrijf in handen van de Russische staat. Los van het feit dat het juridisch irrelevant is of een bedrijf buiten Europa is opgericht, is de verklaring om een andere reden opvallend. Wie tussen de regels door leest ziet hier namelijk dat onomwonden wordt toegegeven dat Gazprom haar finale orders niet van de directie, maar van Poetin ontvangt. Met andere woorden, het bedrijf windt er ook geen doekjes (meer) om. Doe je zaken met Gazprom, dan doe je zaken met Poetin en financier je indirect het buitenlands beleid van de Russische overheid.

Vooral na wat er in Oekraïne is gebeurd met MH17 en met de dubieuze rol die de Russische staat in het conflict speelt, rijst de vraag of het überhaupt wel verstandig is om met een partij als Gazprom in zee te gaan. Nederland riskeert qua buitenlands beleid in een gevaarlijke spagaat terecht te komen als het een nog inniger relatie aangaat met een van de belangrijkste financiers van het Kremlin. Minister Kamp zou er enkel hierom al goed aan doen om zich nog eens stevig achter de oren te krabben.