Moord op Federico García Lorca was bevel van hogerhand

Gedenksteen voor Federico García Lorca en andere slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog in de buurt van Granada. © EPA/MIGUEL ANGEL MOLINA

Naar aanleiding van politiedocumenten uit de jaren zestig die vorige week boven water kwamen, kan nu worden vastgesteld dat de moord op de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca (1898-1936) een bevel van hogerhand was. Dit meldden verscheidene Spaanse media.

Laura García Lorca, de nicht van de auteur, vertelde aan de Spaanse krant El País:

“Vanuit historisch opzicht is het erg belangrijk dat er een document van Franco’s regime bestaat waaruit blijkt dat dit een politieke misdaad was.”

Hoewel het bekend was dat García Lorca in de eerste maanden van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) in zijn geboorteplaats Granada door geweld om het leven kwam, was het tot nu toe onduidelijk wie er precies achter zat. Nu is zeker dat de troepen van Franco verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de doelbewuste executie van García Lorca. Ian Gibson, zijn biograaf, benadrukt in dezelfde krant ook het belang van het gevonden document.

“De informatie die erin staat overtuigend. Het laat zien dat dit niet zomaar een straatmoord was, maar dat hij gevangen is genomen om geëxecuteerd te worden.”

Politieke tegenstander

Granada viel aan het begin van de burgeroorlog in handen van Franco’s troepen en in de eerste maanden werd een groot aantal politieke tegenstanders omgebracht. García Lorca affilieerde zich met de socialistische overheid van de Tweede Republiek (1931-1936) en was ook vanwege zijn homoseksualiteit een doelwit voor de fascistische milities. Hij schreef beroemde toneelstukken als Bloedbruiloft en Het huis van Bernarda Alba en maakte daarnaast naam als dichter. Zijn bundels Zigeunerromances en Dichter in New York behoren tot de belangrijkste Spaanse dichtkunst van de twintigste eeuw.

Massagraven

De Britse historicus Paul Preston, auteur van onder andere The Spanish Holocaust, schat dat tijdens de Spaanse Burgeroorlog ongeveer 200.000 mensen achter de frontlinie zijn omgekomen door geweld van milities en andere gewelddadige groepen. Van een aanzienlijk deel van deze slachtoffers is de laatste rustplaats onbekend, omdat de locatie van de massagraven waarin zij liggen door de chaos van de burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur is verdoezeld. Het graf van García Lorca, waar al jaren verwoed naar wordt gezocht, is ook nog steeds niet gevonden.