Krakeend!

Foto Garry Bakker

Ruim een halve eeuw geleden stond de krakeend (Anas strepera) nog in de vogelboeken als ‘Zeldzame broedvogel in Friesland en Zuid-Holland’. Medio jaren 70 telde men 550-800 broedparen. In mijn aantekenboekjes uit die tijd staat achter elke krakeend die ik zag steevast een uitroepteken. Rond de eeuwwisseling stond de teller op 6.000-7.000 paren en was bijna heel laag-Nederland gekoloniseerd. Niemand wordt meer warm van een krakeend.

Bijzonder is wel dat de soort nu ook in de stad voorkomt. Dat is net zo geruisloos gegaan als de landelijke toename.

Onopvallend zwemmen ze in stadsslootjes en parkvijvers, mits er wat ruige oevervegetatie is. Krakeenden zijn schuwer en mobieler dan hun nauwe verwant de wilde eend. Het mannetje heeft een fijngestreept grijs verenkleed, met een zwarte anaalstreek. Het wijfje lijkt sterk op het vrouwtje van de wilde eend maar is kleiner en slanker.

In Rotterdam zag ik vijf jaar geleden het eerste koppel met jongen langs de Essenburgsingel. Momenteel zit er een paartje in het Museumpark en ik zie ze ’s morgens in de sloot langs de Groene Wetering. In mijn aantekenboekje noteer ik steeds meer stadse krakeenden, met uitroeptekens.