Column

Koningsdag

De royaltywatchers waren niet helemaal tevreden over de Koningsdag-nieuwe-stijl. Ze durfden het niet met zoveel woorden te zeggen, maar het leek wel alsof ze het zaklopen, koekhappen en wc-potwerpen hadden gemist. Ze vonden de koning in Dordrecht wat chic en afstandelijk.

Het is ook nooit goed of het deugt niet, zal de koning hebben gedacht bij het vernemen van deze kritiek. Eerst wordt hij door de media weggezet als een feestprins, een frivole genieter van dance en sport, en vervolgens krijgt hij te horen dat hij zich als koning op zijn verjaardag chiquer gedraagt dan destijds zijn moeder.

Zelf heb ik het zaklopen, koekhappen en zelfs het wc-potwerpen geen moment gemist, maar ik moet toegeven dat het bezoek een verrassend elementje had kunnen gebruiken – het verliep nu wel erg voorspelbaar.

De meeste moeite had ik nog met de zogeheten Grande Parade, een nautische processie van zeesleepboten, brandblusboten, binnenvaartboten, containerboten, baggerboten en ander taai, varend ongerief. „Is dat nou een kraanschip?” vroeg Astrid Kersseboom dan aan de ingehuurde deskundige, waarop die antwoordde: „Ja, dat is een kraanschip.” Even later: „Is dat nou een binnenvaartschip?” „Ja, dat is een binnenvaartschip.”

Dat duurde een vol uur, het eerste nog wel, waarin we verder alleen werden getrakteerd op de koukleumende gezichten van de vorstelijke bezoekers langs de waterkant. Gelukkig kwam er later in Dordrecht iets meer leven in de brouwerij, al werd het nooit een bruisend leven. Dat kan ook moeilijk met al die uitgebreide veiligheidsmaatregelen en ceremoniële vereisten.

De koning vond het zelf een vooruitgang dat hij de media meer toegang had verschaft, maar wat leverde dat nou helemaal op? De verslaggever vroeg: „Dordrecht bevalt u?” Het vorstelijke familielid: „Ja, prachtige stad.” De verslaggever: „Hartstikke fijne dag nog!”

Dan zie ik liever zo’n uit het alledaagse leven gegrepen gesprekje van verslaggeefster Dionne Stax met een Dordtse mevrouw die worsten maakte. Stax: „Naar wat voor worst kijk ik hier?” Mevrouw: „Paardenworst.” Stax: „De beroemde paardenworst?” Iedereen denkt altijd ten onrechte dat Wim T. Schippers dergelijke dialogen verzint.

Het bezoek aan Dordrecht liep flink uit, maar dat had voor mij niet gehoeven, want ik wilde nog even zelf de stad in en bovendien moest ik enkele oudere dames in de gaten houden, die onder mijn raam op een bankje langs het water in alle vroegte hadden postgevat. Zij hingen nogal wat afgedragen kleren aan knaapjes in de takken van een iep en drapeerden een groot aantal stukgelezen boeken rondom de stam. De verkoop kon beginnen.

Zij zaten tot ver in de middag in de schaduw, waar het behoorlijk koud was. Af en toe hadden ze wat aarzelende klandizie, maar de meeste mensen – duizenden - liepen hen onverschillig voorbij. Ze lieten zich daardoor niet uit het veld slaan en bleven zitten waar ze zaten, in het trouwe gezelschap van een grote thermoskan. Veel van die gelegenheidsverkopers op deze dag vinden de sfeer veel belangrijker dan de winst.

Toen ik terugkwam uit de overvolle stad, zaten de dames nog steeds op hun bankje. Bijna al hun kleren hingen nog in de boom, ook van de boeken was vrijwel niets verkocht. Toch leken ze de dag van hun leven, of in ieder geval van het jaar, te hebben. Koningsdag. Hún Koningsdag.