Knip-en-plakdance

De Nederlandse band Skip&Die trekt met zijn tropische dance langs festivals in de hele wereld. Morgen spelen ze in Utrecht.

Cata.Pirata (Catarina Aimée Dahms) en producer Jori Collignon van Skip&Die Foto Andreas Terlaak

Ze was op een begraafplaats voor piraten. Er stonden tropische bloemen tussen de zerken en het gezang van exotische vogels kwam boven het ruisen van de zee uit. Voor Cata.Pirata (Catarina Aimée Dahms) is het die plek op het Afrikaanse eiland Réunion die het wezen van Skip&Die belichaamt. Ze is de frontvrouw van de Nederlandse band die met tropische dance langs festivals over de hele wereld trekt. „Daar voelde ik het echt: het duistere van de dood, het lichte van de natuur, de geschiedenis en de oceaan die hoop biedt voor de toekomst.”

Op hun eerste album zette Skip&Die, dat toen vooral een samenwerking was tussen haar en producer Jori Collignon (Nobody Beats The Drum, C-Mon & Kypski), de duistere kant zwaar aan met dubstep en de in verschillende talen rappende Cata.Pirata. De opvolger, Cosmic Serpents, klinkt lichter. Volgens Cata.Pirata (31) is het vooral spiritueler. „We hebben zo veel gereisd, dat opent vanzelf je brein.” Op die begraafplaats aan de kust liggen haar voorouders. Ze noemt zich niet voor niets Cata.Pirata. „Van mijn moeders kant ken ik de piratenverhalen. Ik weet niet of ze allemaal waar zijn, maar ik was daar thuis bij mijn muzikale familie.”

Skip&Die lijkt inzetbaar voor festivals in alle genres. Op de setlist staat reggae, maar ook een gabbertoegift. De band speelde twee jaar lang van het Midden-Oosten tot Brazilië en onderweg namen ze tracks op met andere artiesten. Op Cosmic Serpents is electro chaabi uit Egypte te horen, Zuid-Amerikaanse cumbia en dub met westerse beats en dancebassen.

Cata.Pirata werd geboren in Zuid-Afrika en woonde later in Argentinië, de Azoren, Ibiza en nu al enkele jaren in Nederland. Ze wisselt Nederlands en Engels af, spreekt ook Portugees, Spaans, Afrikaans en Frans. Een jaar Chinees studeren hielp haar helaas niet op toer in Azië. „Ik zoek houvast in verschillende culturen, maar ben nergens echt thuis. Skip&Die is een muzikale collage. We hebben ook altijd een recorder mee om een soort orale database aan te leggen.” Zo ontstond ook de melodie van het nummer Mami Wata, dat is opgebouwd uit de geluiden van de kolonie padden in het lege zwembad naast het huis waar de band opnam in Portugal.

Ook het visuele deel van de band is knippen en plakken. Soms staat Cata.Pirata met groen haar op het podium, soms paars, soms draagt ze een masker. Ze maakt zelf de video’s en het artwork. „Dat is het enige waarin ik echt consistent ben, het gaat om informatie verzamelen.”

Er komt steeds meer structuur in de verzamelwoede. Na twee jaar toeren ging Cata.Pirata terug naar haar familie in Zuid-Afrika. De liedjes die ze daar schreef, waren niet meer de raps en gedichten van voorheen.

Terug in Nederland zong ze de liedjes voor haar ‘surrogaatfamilie’, want inmiddels is Skip&Die een hecht viertal. „We gingen jammen en het werd vanzelf minder agressief, veel spiritueler. Met Skip&Die creëren we onze eigen microkosmos, gebaseerd op oude tradities, futuristische visioenen en de interne zoektocht van de vier bandleden.” Dat alles, met een harde breakbeat.