Column

Je bent jong, talentvol en je neemt een trekje

Je bent 16 jaar, een talentvol tafeltennisser, bezig het leven te ontdekken en je denkt: één trekje, dat zal toch geen kwaad kunnen? Het blijkt de vergissing uit je prille bestaan. Je wordt het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) in Arnhem, beter bekend als Papendal, uitgeschopt. Je wordt onmiddellijk door je bond uit de nationale selectie verwijderd. Tot 15 juni mag je niet aan internationale wedstrijden meedoen. Dat zal je leren!

Eerst wordt bekendgemaakt dat je de gedragsregels van Papendal hebt overtreden. Je bond, de NTTB, sluit zich meteen aan bij de sancties. Later volgt de precisering, die de discretie voorbijgaat. Jij en een andere tiener, een jongen van 19, zijn betrapt op het gebruik van wiet. Oh, schande.

Je moeder verklaart: „Stellan heeft geen joint gerookt. Stellan heeft geprobeerd een trekje te nemen van een joint, wat mislukt is omdat hij helemaal niet kan roken. Deze actie resulteerde in een hoestbui en daar is het bij gebleven.”

Maar de directeur tafeltennis van de bond, Achim Sialino, is onverbiddelijk. Je kunt niet én wiet roken én gebruikmaken van de faciliteiten op Papendal. Wie daar sport, studeert en logeert, moet over een topsportmentaliteit beschikken. Dan neem je geen trekje. Dat het CTO jou wegstuurde, is dus volledig gerechtvaardigd. Meent de directeur van de tafeltennisbond.

Exit voor Stellan Smid en de drie jaar oudere Martin Khatchanov, die tot eind 2015 uit de nationale selectie is gezet. En het had nog erger kunnen zijn, beweert de pingpongdirecteur, want als de wietsporen waren ontdekt bij een dopingcontrole, waren de jongens overeenkomstig de gangbare regels voor twee jaar geschorst. Nu valt daar wel op af te dingen, want softdrugs zijn alleen in wedstrijdverband verboden. Wie in zijn vrije tijd gebruikt, is niet strafbaar. Al neemt hij wel een risico: die wietsporen blijven lang in het lichaam achter.

Eén ding is zeker: van wiet ga je niet beter pingpongen. Integendeel. Als doping is wiet voor een tafeltennisser waardeloos. En wat zou er van de NBA overblijven als elke Amerikaanse basketballer die een joint opstak, werd geschorst?

Hoe streng kun je zijn voor een kind van zestien. Hoe disproportioneel een straf. Voor een jongen wiens voornaam verwijst naar een Zweedse wereldkampioen, wiens leven in het teken staat van de droom een toptafeltennisser te worden. Op wiens rug nu is gestempeld: foei, wiet gebruikt.

Er zijn er die het voor Stellan en Martin opnemen: „In de topsport gelden andere wetten, zeggen ze wel eens, maar wat ons betreft zijn die net zo idioot als het publiekelijk stenigen van een ongetrouwde vrouw op een marktplein in de Arabische woestijn.” Oké, die verklaring is van de redactie van Rollingstoned, magazine voor cannabisten en hobbykwekers, in dit verband niet de ideale raadslieden.

Wat niet wil zeggen dat hun stelling logica ontbeert: „Dat de twee jongens er kapot van zijn, met naam en toenaam gebrandmerkt worden en hun sportcarrière wellicht een knak oploopt, het zal de topsport- en pingpongbobo’s verder aan hun reet roesten.”

Het is kritiek die, in nettere bewoordingen, ook elders wordt geformuleerd op internetforums, waar de wietrokende tafeltennistalenten onderwerp van debat zijn. Ja, het was dom, die joint, reageert oud-atletencoach Henk Kraaijenhof bij sportknowhowxl, maar waarom niet volstaan met een taakstraf? „Drie maanden lang de tafeltennishal keurig schoonmaken, stofzuigen en dweilen.” Is een idee. Ted van der Meer, hoofdredacteur van Tafeltennis Nederland, wenst een onderzoek naar de NTTB-directeur, omdat hij twee jonge tafeltennissers aan de schandpaal nagelde. Voor zolang moet deze Sialino op non-actief worden gezet, vindt Van der Meer.

Is ook een goed idee. Kan de directeur die jongens helpen bij het dweilen, stofzuigen en schoonmaken.