Ik ben gevlucht. En ik zou het zo weer doen

Ook Langeza Saleh stapte in een ‘drijvende grafkist’. Maar het was alles beter dan Irak.

We hadden een andere afkomst, een ander geloof. Maar ook ambitie groter dan de Petronas Towers. De Burj Khalifa bestond nog niet in december 1998, toen ik in Nederland kwam te wonen. Maar speedboten waarmee we de Adriatische Zee overstaken wel. Schepen, vissersbootjes, maar ook rubberbootjes zijn sinds het aangescherpte immigratiebeleid van menig Europees land, vanaf de jaren negentig, een terugkerend probleem.

Gevaar, criminaliteit en mortaliteit – het waren geen dingen waar ik als achtjarige bij stilstond, en mijn ouders wellicht evenmin. Enerzijds was het een (gevaarlijke) oversteek, waarvoor we grof geld moesten betalen. Anderzijds kenden mijn ouders en vele anderen geen angst meer door de grove rechtenschendingen, de dictator waarvoor ze jaren gesidderd hadden, de man onder wiens beleid de cellen nooit vol raakten door de massale executies.

Ze wisten dat de reis niet zonder ellende zou verlopen en konden niet inschatten hoe groot de risico’s waren die we namen. De doemscenario’s werden weggedrukt en de nadelen wogen niet op tegen de toekomst die we tegemoetzagen. Want een toekomst was lastig te zien in een verscheurd achtergelaten regio, een streek waar je niet mocht zeggen dat je Koerdisch was. Dan was het makkelijk om een boot in te stappen, een boot die ook ik nu, zestien jaar later als Koerdische Nederlander, bestempel als een drijvende grafkist.

Maar datzelfde risico zou ik zo weer nemen. Ik heb zelden stilgestaan bij de vlucht vanuit Koerdistan, de dagenlange, maar bovenal zware wandelingen die we te voet hebben afgelegd om van Turkije in Griekenland te komen. Evenmin aan de drie uur lange reis met de speedboot naar Italië. Waar mijn broer van nog geen 10 jaar mij 500 meter naar de kust moest zwemmen omdat mijn moeder als één van de weinige vluchtelingen kon zwemmen en dus levens moest redden. Alleen de treinreis van Parijs naar Amsterdam zet nog vaak een grijns op mijn gezicht, de eerste kennismaking met Nederland! Zakenlui die rustig eerste klas probeerden te reizen – probeerden, want ze genoten van 4 uur lang gegiechel van mijn broer en mij om een klein aapje in de krant en de verhalen die mama ons vertelde! Hollanda, de reus in mama’s verhalen die ons alle ellende zou ontnemen. Alles is veel, maar veel is gelukt. Want die toekomst heb ik gekregen. Ik heb mogen genieten van een ontzettend mooie jeugd, en mag me bezig houden met het meest wezenlijke beroep – de medische wetenschap, ik promoveer in de gynaecologie – en draag mijn steentje bij aan de samenleving. En nee, ik kost Nederland geen 26.500 euro per jaar, zoals het PVV-opperhoofd beweert.