Alsof de noten wraak op mij namen

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: muziek voor de Dodenherdenking.

Neem me niet kwalijk als ik iets persoonlijks vertel. Maandag is het weer 4 mei, Nationale Dodenherdenking. En op die avond, na de stilte, kun je tegenwoordig in bijna elke stad wel naar een speciaal herdenkingsconcert.

Zo ook in de Utrechtse Willibrordkerk. Ieder jaar wordt in de neogotische kruisbasiliek met weelderige schilderingen door Utrechtse studenten muziekwetenschap een requiem uitgevoerd – een mis voor de doden. De eerste editie in 2010 heb ik zelf met vrienden opgezet. Het is een van de dingen waar ik écht trots op ben. Ieder jaar weer zit de kerk propvol.

Deze week moest ik denken aan de editie van 2012. In het voorprogramma zou een ander koor zingen, waarin ik ook meezong. Een Duits meisje van de studievereniging had een verzoeknummer ingediend: of wij een motet wilden zingen van Mauersberger, Wie liegt die Stadt so wüst. Dierbare muziek voor haar.

Ik verzette me. Van Rudolf Mauersberger wist ik niet veel, maar wel dat hij NSDAP-lid was. En dat hij juist dit treurmotet had gecomponeerd naar aanleiding van het bombardement op Dresden. Dat paste niet bij een herdenking van onze doden. En wat zouden de fondsen die ons subsidie hadden verstrekt hier wel niet van denken?

Wat was ik dom. Niets kwam die avond zo hard binnen als dát stuk. Alsof de noten wraak op mij namen.

Muziek spreekt geen kwaad.

De tekst ontleende Mauersberger aan de Bijbel – het is een van de klaagliederen van Jeremia en gaat over de verwoesting van Jerusalem. De verklanking is ogenschijnlijk eenvoudig, en zit vol gelijkbewegende lijnen die iets antieks suggereren. Het is enorm tekstgericht: ook al ken je de betekenis niet, je zult voelen waar het over gaat. Als de zin ‘sie sei die allerschönste’ (stad – Dresden gold als het Florence aan de Elbe) klinkt, breekt even het licht door. En tot slot die schrijnende uitroep (‘Ach Herr, siehe an mein Elend!’) – die kan je gewoon niet koud laten.

Het motet is buiten Duitsland niet zo bekend. Er zijn maar nauwelijks professionele koren die zich erover hebben ontfermd. Op Spotify kom ik maar twee uitvoeringen tegen, en op allebei valt wel wat aan te merken. De opname van het Britse koor Sospiri is loepzuiver, maar mist reliëf. Die van het Dresdner Kreuzchor (een jongenskoor) is minder zuiver, wel dynamischer en getuigt van meer tekstbegrip. Imperfect, toch raakt die me meer.

Maar de mooiste uitvoering blijft die van de Utrechtse Studenten Cantorij, in de genadige galm van de Willibrordkerk.