Wereldbevolking in IJstijd was drie à acht miljoen

Ondiepe zeeën lagen in de IJstijd droog. Daardoor was er op aarde plek voor miljoenen jagers-verzamelaars.

Tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd maakte iemand in het huidige Frankrijk de ‘Venus van Brassempouy’, een ivoren beeldfragment van nog geen 4 cm hoog. Foto Jean-Gilles Berizzi

Op het hoogtepunt van de IJstijd, 20.000 jaar geleden, leefden er tussen de 3 en 8,3 miljoen mensen op aarde. Dat berekenden twee Amerikaanse antropologen in een artikel dat zal verschijnen in het juninummer van Journal of Archeological Science. Vorige schattingen liepen uiteen van 40.000 tot 7 miljoen mensen.

20.000 jaar geleden waren grote delen van Noord-Amerika en Europa nog bedekt onder een dik pak landijs. Er leefden mensen in Afrika, Europa, Azië en Australië. Dat waren allemaal jagers-verzamelaars, de landbouw zou pas duizenden jaren later zijn intrede doen, in het Midden-Oosten.

Hoe meet je een wereldbevolking die niet meer bestaat? Daar hebben paleodemografen verschillende methodes voor. Een van de meest gebruikte gaat uit van het aantal archeologische vindplaatsen in een gebied. Als ergens meerdere werktuigen zijn gevonden, uitgespreid over een lange tijd, betekent dat dat het gebied intensief bewoond werd.

Het nadeel van deze methode is dat recentere vindplaatsen beter bewaard gebleven zijn dan oude. Daarnaast lagen veel ondiepe zeeën gedurende de IJstijd droog, zoals de Noordzee. Deze toenmalige kuststreken werden waarschijnlijk wel bewoond, maar niemand weet hoe intensief.

De Amerikanen wilden de droog gevallen zeeën wél meenemen in hun berekening. Ze bepaalden daarom de omtrek van de continenten op basis van een zeespiegel die 120 meter lager lag dan vandaag. Het grootste stuk land dat dan droog valt is de Sunda-plaat, het continentaal plat waar Borneo, Java en Sumatra bij horen.

Daar trokken de onderzoekers alle onbewoonbare gebieden van af, zoals het Europa dat bedekt was onder gletsjers. Ook de Himalaya viel af: het gebergte ligt te hoog. De Amerikanen verklaarden ten slotte het Arabische schiereiland, het hart van Australië, en grote delen van Noord-Afrika onbewoonbaar vanwege aanhoudende droogte. De Nijl was 20.000 jaar geleden een stroom die grootste deel van het jaar droog lag.

De Amerikanen becijferden dat de totale bewoonbare oppervlakte van de aarde 20.000 jaar geleden bijna 77 miljoen vierkante kilometer was. De bevolkingsdichtheid van moderne jagers-verzamelaarsvolken is gemiddeld 0,044 of 0,12 mensen per vierkante kilometer. Zo wam het duo uit op een IJstijdbevolking van 3 à 8,3 miljoen mensen (voor Australië maakten ze een aparte berekening). De auteurs geven toe dat ze aannemen dat al het bewoonbare land ook daadwerkelijk bewoond was. Hun schatting ligt daarom aan de hoge kant.