Savall ontroert met jonge zangeressen

Als de Jacobikerk volstroomt, zit Jordi Savall nog met zijn vedel op schoot om te stemmen en in te spelen. Hij begroet bekenden, maakt een praatje. De oudemuziekpionier voelt zich op zijn gemak in Utrecht, de stad waar hij al jaren komt en inmiddels ook ongeveer de helft van het jaar woont.

Toch zal hij nooit een gewone stadgenoot worden. Jordi Savall (73) zou met zijn grijze baard, het brilletje laag op de neus en zijn strak heen en weer schietende, donkere ogen niet misstaan als tovenaar in het sprookjesbos van de Efteling. Als iemand in de oude muziek nog voor ‘levende legende’ door mag gaan, is hij het: virtuoos bespeler van de viola da gamba en andere herontdekte strijkinstrumenten, fantasievol vertolker van vergeten repertoire uit de Middeleeuwen tot Barok, wereldverbeteraar door middel van muziek.

Je zult als tienjarige maar met zo iemand het podium moeten delen. Doodeng. Of misschien ook niet: als kind ben je je wellicht minder van status bewust.

In ieder geval deden heel wat meisjes en jonge vrouwen (van 10 tot 16 jaar oud) het zaterdagavond. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Nationaal Kinderkoor mocht het koor optreden met Savall en zijn Hespèrion XXI. Ze zongen en speelden muziek die op het Iberisch schiereiland klonk tussen 1250 en 1390. Eerder op de dag waren ze al door de musici ingezeept met een workshop.

Dat was duidelijk niet de enige voorbereiding, want de jonge zangeressen zongen alles uit het hoofd – en goed ook. Knap wanneer je je over oud-Galicisch-Portugese teksten moet ontfermen. Het was allemaal even zuiver, de samenklank was licht en fris en toch volwassen in hechtheid. Wonderlijk hoe mooi die klank mengde met die van het ensemble – door Savall als hij zelf niet meespeelde met zijn strijkstok gedirigeerd – dat met hakkeborden, fluiten en instrumenten uit de luitfamilie een schitterend scala aan kleuren biedt.

En vonden de zangeressen het eng? Aan enkele gezichten was nog wat podiumvrees af te lezen, maar die vervloog na het stuk O ffondo do mar tan chão, dat ze wiegend zongen. En als er dan een keer te vroeg wordt ingezet, wordt er gelachen en krijgen ze een bemoedigende blik van de meester. Ontwapenend en ontroerend. Net als de toegift, die Savall opdroeg aan de slachtoffers van de Armeense genocide. In zijn ensemble zitten Turken, een Armeniër en een Griek. Savall liet het eindigen met een wegstervende hoge noot.