Column

Reserveren

Lezers die het beste met mij voorhebben – gelukkig zijn die er nog – reageerden reuze empathisch op mijn recente column over de drukte in het Rijksmuseum bij Late Rembrandt. Sommigen stelden voor een ongeruste petitie op te stellen en die aan directeur Wim Pijbes te overhandigen; anderen raadden me een invalidekarretje aan, want dan hoef je misschien niet zo lang in de rij te staan.

Dergelijke suggesties heb ik, hopelijk zo beleefd mogelijk, van de hand gewezen. Petities moeten voor belangrijker doelen worden bewaard, en een invalidekarretje hoeft ook niet, omdat de rijen vóór het Rijksmuseum mij nog wel meevielen; lastiger was de drukte in de zalen.

Toch kunnen ook de lange rijen voor de kassa’s van musea frustrerend zijn. Om die te vermijden raadden sommige lezers mij aan voortaan bijtijds toegang te reserveren in zo’n tijdsblok waarmee veel grote musea tegenwoordig werken. Het leek me een nuttig advies, omdat ik binnenkort naar het Musée Picasso in Parijs wil. Ik sprak Nederlanders die ontmoedigd waren afgedropen bij het zien van de lange rijen voor dat museum.

Het leek het ei van Columbus, uitgebroed door hartelijke NRC-lezers die nog altijd zó blij zijn met hun krant dat ze de medewerkers gratis van allerlei nuttige adviezen voorzien.

De praktische uitvoering daarvan is helaas iets heel anders. Ik was er al een beetje beducht voor omdat ik zo mijn ervaringen heb met allerlei instanties waar ik online iets gereserveerd wilde hebben; sommige blijken daar helemaal niet van gediend te zijn, tenzij je hardnekkig aanhoudt.

Ik ga daarbij ook niet altijd vrijuit, dat geef ik grif toe. Zo’n reservering moet je niet uit de losse pols doen, het is een klus waarvoor veel concentratie vereist is. Eerst moet je een nieuwe account aanmaken. Ik wil altijd een wachtwoord bedenken dat origineel is en toch goed te onthouden valt. Ten slotte vind ik iets dat net een letter of cijfer te weinig bevat, waarna ik weer opnieuw moet beginnen – eigen schuld.

Na het nodige gehannes kreeg ik van Musée Picasso eindelijk toestemming om te betalen. Inmiddels was op mijn scherm de waarschuwing verschenen dat ik nog maar een kwartiertje had om de reservering af te ronden. Weer rezen er enkele misverstanden die mij tot een foutieve voortzetting verleidden, maar toch brak het beslissende moment aan waarop ik mijn creditcardgegevens kon invullen. Toen bleek dat ik ook voor mijn creditcard een nieuw wachtwoord moest bedenken. Wat nou weer? De tijd begon te knellen als een pasgekochte schoen.

Crisis! Mijn vrouw snelde toe. We hadden nog drie minuten en gedroegen ons als twee paniekerige piloten die de neus van hun neerstortende vliegtuig omhoog probeerden te krijgen. Het leek te lukken, maar plotseling vroegen de dwingelanden van Musée Picasso ook om ons bankrekeningnummer. „Waarvoor?” vroeg ik. „Vul in”, beval mijn vrouw, „maar zonder IBAN, want dat willen ze weer niet.”

We hebben het op het nippertje gered. Het zweet stond op mijn rug, mijn vrouw wankelde naar de divan. Ik printte de kaartjes en voelde me een veroveraar van Parijs. Totdat mijn vrouw de volgende morgen meldde: „De creditcardmaatschappij heeft de betaling niet geaccepteerd, er is toch iets fout gegaan met die bankrekening.” „Maar die kaartjes nemen ze ons niet meer af”, zei ik grimmig.

Of wel? We zullen zien. Eén ding is zeker: ik ga daar niet in de rij staan.