Overheid zaait nodeloos angst voor terreur

‘Code oranje’ zegt niks over terreur. Heeft het kabinet baat bij angst, vraagt Kees Jan Dellebeke zich af.

Illustratie Pavel Constantin

Het kabinet vindt de kans op een jihadistische aanslag reëel, hoewel daarvoor geen concrete aanwijzingen bestaan. Het roept vaak dat de terreurdreiging ‘codekleur oranje’ heeft en ‘substantieel hoog’ blijft. Ondanks de bestrijding van radicalisering en terrorisme, en het vergroten van de weerbaarheid, blijft het op dat niveau. De dynamiek van het jihadisme is tamelijk ongrijpbaar. Wel is er met het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme een reeks maatregelen uitgevaardigd. Meten of dat resultaat boekt is vrijwel onmogelijk. Sterker, de AIVD zegt in haar jaarverslag over 2014 dat maatregelen tegen Syrië- of Irakgangers zelfs contraproductief kunnen werken, want er gaat ook dreiging uit van gefrustreerde ‘thuisblijvers’.

Waarop is die permanente dreiging eigenlijk gebaseerd? Allereerst benoemt de AIVD in Transformatie van het jihadisme in Nederland, zwermdynamiek en nieuwe slagkracht (2014) de mogelijkheid tot aanslagen in Nederland, maar de dienst aarzelt te benoemen uit welke hoek. Gemakshalve worden allerlei scenario’s opgevoerd. In de aanpak van de Nederlandse overheid ontstaat dus een zelfde zwermdynamiek, zónder nieuwe slagkracht. Nu zijn het de thuisblijvers die voor dreiging zorgen, dan weer de Islamitische Staat (IS). Teruggekeerde jihadstrijders zijn een probleem, hoewel er meer strijders naar Syrië reizen dan er terugkomen: zij vechten voor een kalifaat en niet tegen Nederland. Uit angst niet alle risico’s te hebben benoemd, voert de

AIVD ook nog de ‘lone wolves’ ten tonele.

Honderd procent veiligheid kan niet, merkt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) op. Iedere dag opnieuw moet beoordeeld worden of de maatregelen afdoende zijn. De graadmeter voor de veiligheid is zodoende niet meer dan een beursindex. Zo bevorder je juist een substantiële angst voor terreurdreiging. Door gebrek aan overheidscommunicatie wordt de indruk gewerkt dat die angst de regering goed uitkomt. Angst zorgt immers voor verrechtsing van maatschappij en politiek, veel partijen spinnen daar garen bij. Angst in ruil voor macht? Als politiek en electoraal instrument is dat niet nieuw, maar wel erg on-Nederlands.

Die door het kabinet gevreesde substantiële dreiging van terreuraanslagen komt uiteraard tot uiting in de media. Ook zij spelen een belangrijke rol bij het dagelijks in stand houden van de angst. Iedereen kent wel de chocoladeletters over vreselijke aanslagen, terwijl de Nederlandse burger in de praktijk slechts last had van treinvertraging vanwege een achtergelaten aktetas.

Ook NRC speelt hierin een rol: op 17 april verspreidde deze krant de niet onderbouwde bewering van de woordvoerder van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, Aissa Zanzen, dat salafisme zich op de lange duur kan uiten in haat en wrok tegen Nederland. Ondertussen zegt de AIVD in diezelfde krant dat de weerbaarheid van steeds meer moskeeën onder invloed van het salafisme afneemt. Dat duidt op een strijd tussen moslimpartijen onderling, niet tegen Nederland. De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) vindt dat bepaalde politici en media de islam en moslims te vaak afschilderen als bedreiging voor de Nederlandse maatschappij. Media zelf doen onvoldoende onderzoek naar het waarheidsgehalte van overheidsberichten over de ernst van de jihadistische terreurdreiging. Opiniemakers geven wel kritieken.

Angst verrechtst, zei oud-NRC-hoofdredacteur J.L. Heldring al. „Het beste medicijn tegen zulke angst is om het begrepen te laten worden. Het gaat daarbij juist niet om de kennis van de academische uitzondering, maar het begrip van de doorsnee mens.” Buro Jansen & Janssen, het onderzoeksbureau dat politie, justitie en inlichtingendiensten kritisch volgt, zegt dat de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN) het karakter hebben van nieuwsberichten met zwaar aangezette koppen zonder duidelijke bronvermelding en analyse, en zeker niet bedoeld zijn om angst weg te nemen.

Doordat de overheid het dreigingsniveau permanent substantieel hoog blijft beoordelen, zonder daarbij concrete dreigingen te kunnen of willen aangeven, wakkert die overheid angstgevoelens en verrechtsing van het politieke klimaat aan. Verrechtsing die zelfs de angst voor de overtocht van islamitische bootvluchtelingen zo doet toenemen dat extreemrechtse radicale onderkruipsels de sociale media overspoelen met harteloze opmerkingen als: „Dat scheelt weer 700 uitkeringen, maal 50 jaar. Kassa.”

En wat zegt de regering? Dat ze bang is dat de herverdeling binnen Europa van asielzoekers een aanzuigende werking zou kunnen hebben. En die angst is dan weer goed voor het stemgedrag van de verrechtste kiezers. Zij zullen de politieke partijen belonen die de islamitische bootvluchtelingen weren.

De doorsnee-Nederlander moet er op kunnen vertrouwen dat de autoriteiten op transparante wijze communiceren hoe zij elke dag opnieuw beoordelen of het pakket aan maatregelen, opgesomd in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme, in Nederland nog afdoende is. De media moeten toetsen of de autoriteiten naar behoren hun werk doen.

Het heeft er echter alle schijn van dat de NCTV en de Nederlandse veiligheidsdiensten een speelbal worden van de politiek. De volgende stap mag niet worden gezet, namelijk dat dreigingsanalyses kunstmatig in stand worden gehouden zolang regerings- en andere politieke partijen dat goed uitkomt.