Meevallers uitgeven wordt een klus

Eind deze week moet minister Dijsselbloem de begroting voor 2016 op hoofdlijnen rond hebben. Die zal vrolijker van toon zijn dan voorgaande jaren, maar hobbels zijn er ook.

Miljarden! Drie, vier miljard, misschien zelfs wel vijf of zes miljard aan financiële meevallers op de Rijksbegroting van volgend jaar om leuke dingen mee te doen. Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) zal de aanvechting moeten weerstaan om straks op Prinsjesdag het geitenleren koffertje met de Miljoenennota triomfantelijk boven z’n hoofd te houden, zoals zijn verre voorganger Zalm in 1996 deed. Maar dat de begroting aanzienlijk vrolijker zal zijn dan in voorgaande jaren is duidelijk.

Na jarenlange bezuinigingsprogramma’s – ter waarde van ruim 50 miljard euro – kan het kabinet Rutte II komend jaar eindelijk weer eens serieus geld uittrekken om de financiële druk voor burgers te verlichten. De komende dagen hoopt Dijsselbloem de basis te leggen voor de begroting van 2016. Hij zal binnen het kabinet en met de fractieleiders van de regeringspartijen VVD en PvdA een principebesluit willen nemen over de uitgavenkant daarvan. Kernvragen daarbij: in welke mate en hoe wil hij volgend jaar lastenverlichting doorvoeren en waar zal het kabinet weer extra investeren? Ondanks de voorziene miljardenmeevallers, die voortkomen uit herstel van de economische groei en werkgelegenheid en lagere rentelasten op de staatsschuld, verloopt het voorjaarsoverleg over de conceptbegroting niet vlekkeloos. Dit zijn enkele van de knelpunten:

Knelpunt 1 overschrijdingen

De miljardenmeevallers aan de inkomstenkant van de begroting (hogere belastinginkomsten) mogen niet worden gebruikt voor extra uitgaven. Strenge begrotingsregels schrijven voor dat investeringen die kabinet en Tweede Kamer willen op het gebied van defensie en veiligheid binnen het huidige ‘uitgavenkader’ blijven.

Dat wordt een hele opgave want uit ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) in maart bleek dat er volgend jaar een tegenvaller in overheidsuitgaven wordt verwacht van 800 miljoen, vooral veroorzaakt door verhoging van de overheidssalarissen. „Een forse overschrijding”, noemde Dijsselbloem dat vorige week in de Kamer. Om het gat van 800 miljoen te dichten is de minister bij alle departementen op zoek naar manieren om geplande uitgaven te verlagen of te verschuiven.

Pas als dat is gelukt, ontstaat er ruimte voor de verlanglijst met nieuwe uitgaven. De gewenste bedragen daarvoor staan slechts op één onderdeel vast. Het kabinet liet eind februari weten een kleine 130 miljoen extra te willen uittrekken voor de strijd tegen terrorisme: voor versterking van de AIVD bijvoorbeeld en extra inzet door de marechaussee. Daar was toen nog geen dekking voor gevonden.

Defensie heeft bij veel partijen ook prioriteit voor extra uitgaven. De VVD, zo meldde Trouw vorige maand, zou inzetten op een verhoging van het budget met een miljard euro.

Knelpunt 2 belastingherziening

Het kabinet mag financiële meevallers straks alleen aan lastenverlichting besteden als die onderdeel is van de bredere herziening van het huidige belastingstelsel. Dat is een eis van Brussel. Nederland mag sinds vorig jaar van het Europese strafbankje af zijn omdat het begrotingstekort onder de kritische grens van min 3 procent is gekomen, maar nog altijd kijkt de Europese Commissie kritisch mee. Zolang de staatsschuld niet is teruggebracht tot onder de 60 procent van het bruto binnenlands product – het ligt dit jaar op 68,8 procent – moet een lidstaat aantoonbaar werken aan structurele verbeteringen van de begroting. Een grondige fiscale hervorming, die in eerste instantie geld kost – er is naar verwachting van het kabinet 3 tot 5 miljard voor nodig – zou voor Brussel als excuus kunnen gelden om niet alle meevallers meteen voor het verder aflossen van de staatsschuld te hoeven gebruiken.

Op basis van de CPB-ramingen van maart kan het kabinet rekenen op zo’n 4,5 miljard euro. Recentere studies van het Internationale Monetair Fonds en ING wijzen op nog hogere meevallers. Daar moeten dan nog wel de tegenvallende gasbaten van worden afgetrokken. Afhankelijk van het op 1 juli te nemen besluit over de verlaging van de productie en de ontwikkeling van de al gedaalde gasprijs, zou dat richting 2 miljard kunnen gaan.

Hoeveel geld ook overblijft, het kabinet kan dat dus niet zomaar in een verlaagd tarief van de inkomstenbelasting steken, zonder daar een fiscale hervorming tegenover te stellen. En daar wringt het zoals bekend, ook binnen het kabinet. VVD en PvdA denken principieel anders over zaken als vermogensbelasting en vergroening.

Knelpunt 3 politieke steun

Waar vorig jaar de constructieve oppositie (D66, ChristenUnie en SGP) in deze fase van het voorjaarsoverleg al lang en intensief met het kabinet meesprak, is de ‘C3’ dit seizoen nog niet uitgenodigd. Eerst wil de coalitie zelf uit de begrotingskwesties komen en de ermee verweven belastingherziening.

Omdat Dijsselbloem komende vrijdag zijn voorstel in de ministerraad wil bespreken – die dag moet ook de conceptbegroting naar Brussel zijn verstuurd – dringt de tijd voor het betrekken van andere politieke partijen. En het kabinet heeft sinds de Provinciale Statenverkiezingen nóg een partij nodig voor voldoende steun in de Eerste Kamer. Het CDA of GroenLinks liggen voor de hand.

Maar welke partijen ook een uitnodiging krijgen; zij zullen in ruil voor hun steun hun eigen eisen op tafel leggen voor zowel de uitgaven voor volgend jaar als voor de geplande herziening van het belastingstelsel.

Dat maakt de begrotingspuzzel er voor Dijsselbloem niet eenvoudiger op. Hij heeft nog vier dagen.