Kathmandu is afgesloten

Na de aardbeving is er in de Nepalese hoofdstad Kathmandu geen stroom- of watervoorziening meer.

Kathmandu was gisteren nagenoeg geïsoleerd. Over land was de dichtbevolkte vallei waarin Kathmandu en enkele andere steden liggen onbereikbaar voor vrachtwagens. Na een serie nieuwe aardschokken werd het vliegveld gesloten voor commerciële vluchten. Militaire vluchten en hulpvluchten mochten wel landen. „Het risico is te groot dat toestellen verongelukken bij de landing als er schokken zijn”, meldde een medewerker van de Indiase luchtvaartmaatschappij Spice Jet, nadat een van haar toestellen naar New Delhi had moeten terugkeren. „Als een hulpvlucht verongelukt, zijn het alleen de piloten die omkomen. Op lijnvluchten zitten tientallen, honderden passagiers.”

Slapen in een schoolbus

Het was al de derde vlucht die Drubah Lamichhane nam zonder Kathmandu te bereiken. „Mijn vrouw en zoontje zijn in Kathmandu. Ik wil bij ze zijn.” Hij werkt in Delhi en heeft zijn gezin sinds de eerste beving maar één keer aan de telefoon kunnen krijgen. „Ze slapen buiten. Ons huis zit vol scheuren. Ze durven er niet meer in. Het regent nu. Ze hebben het vast ijskoud.”

Even later lukt het hen opnieuw verbinding te krijgen. „Jij bent zo slim en sterk”, zegt hij tegen zijn zoontje van acht, „Jij helpt mama hier doorheen.” Als hij heeft opgehangen kijkt hij iets minder wanhopig uit zijn ogen dan voor het telefoontje. „Ze slapen nu in een schoolbus. Ze zijn in ieder geval beschermd tegen de regen.”

Enkele uren later vertrekt het Spice Jet-toestel opnieuw. Het wordt de tweede vlucht die dag die vanuit Delhi Kathmandu weet te bereiken. Het is na middernacht als de vlucht landt: een harde landing, met gierende remmen. Lamichhane probeert een taxichauffeur te bewegen hem naar zijn gezin te brengen, een rit van een half uur. De chauffeur vraagt 2.000 Indiase roepi’s (ongeveer 30 euro), ruim tien keer het normale bedrag. Lamichhane besluit te gaan lopen. Hij verdwijnt in de regennacht.

Rond het vliegveld van Kathmandu drommen honderden mensen samen. Ze willen de stad verlaten, maar alle uitgaande vluchten zijn afgelast. Mensen zitten op de stoep te slapen, rug tegen rug. Op het parkeerterrein hebben sommigen tenten geïmproviseerd van landbouwplastic. Het terrein is bezaaid met afval, het stinkt. „De meeste mensen hebben geen ticket”, zegt een taxichauffeur die bij de uitgang staat te wachten op klanten. „Maar dit is een open plek waar je weinig gevaar loopt als de aarde weer gaat trillen. Er kan hier weinig op je hoofd vallen.”

Alle matrassen naar de lobby

Tweehonderd meter van het vliegveld begint de bebouwing van Kathmandu. De stad is donker, als een spookstad. Hier en daar brandt straatverlichting, maar in de hotels langs de brede weg zijn alle lichten uit. „We zijn gesloten”, zegt een bewaker van het Summit Residence Hotel. „We hebben geen stroom en geen water.” Hij is bezig om op een vuurtje een pannetje vervuild water te koken.

Alleen in de lobby van het Regal Airport Hotel, van vier verdiepingen, brandt licht. De hotelgasten hebben matrassen en dekbedden naar de lobby gesleept en liggen in het volle licht te slapen. Er is nog één kamer op de vierde verdieping vrij.

Een gezin van vier uit Bangladesh, dat naar hun land terug wilde maar vergeefs naar het vliegveld kwam, discussieert over de kamer. Het vermoeide dochtertje van drie huilt. De moeder inspecteert de gevel van het hotel aan de buitenkant. Angstig kijkt ze omhoog, ze schudt haar hoofd. „Te gevaarlijk.”

De baliemedewerker stelt haar gerust. „De kamer is alleen voor jullie bagage. Niemand durft er lang te zijn. Er zijn te veel schokken. Jullie kunnen je bagage er kwijt en hier in de lobby slapen.”