Invoelend portret van man in crisis

Bouwmeester Halvard Solness (Mark Rietman) en zijn nieuwe geliefde Hilde Wangel (Anna Raadsveld) inSolness. Foto Kurt Van der Elst

Bouwt iedereen in Solness alleen maar luchtkastelen? Is iedereen op de vlucht? Dat zijn de vragen die rondzingen in een nieuwe opvoering van het toneelstuk van Henrik Ibsen bij het Nationale Toneel.

Bouwmeester Solness (de oorspronkelijke titel), uit 1892, is niet één van de meest sprankelende teksten van de zwaarmoedige Noorse auteur. In de twijfelende regie van Theu Boermans wordt het niet meer dan wat het is: een invoelend, psychologisch portret van een man in existentiële crisis, een bouwmeester die gedesillusioneerd vaststelt dat de bouw van zijn huizen niets bijdraagt aan het geluk van mensen.

Voor een emotionerende, realistische benadering wordt de pijn en de wanhoop van de bouwmeester te weinig voelbaar. De middelbare Solness (Mark Rietman) verruilt zijn jonge boekhoudster Kaja (Marit Meijeren) voor een ander jong ding, de mysterieuze indringer Hilde (Anna Raadsveld). Zijn angst voor de jeugd, voor het verlies van zijn status als geslaagde architect drijven hem tot zijn affaires, zegt hij. Niet dat zijn huwelijk zo glansrijk is.

Als nieuwkomer weet Hilde door de zwijgzaamheid van Solness en zijn echtgenote heen te breken en ze ieder voor zich te laten bekennen welk oud verdriet hen teistert. Solness wordt geplaagd door schuldgevoel over het verlies van zijn kinderen en het afbranden van het huis van zijn schoonfamilie. Zijn vrouw Aline (Betty Schuurman) blijkt er nog veel slechter aan toe, onder haar uiterlijke opgeruimdheid.

Als Aline zich uitspreekt, lijkt sanatorium Ibsen compleet, maar voor die benadering loopt de verkniptheid van de personages niet genoeg uit de hand. Gretig gaat Solness mee in de gekte van Hilde, die stelt dat hij haar als twaalfjarige heeft gekust en een koninkrijk heeft beloofd, dat ze nu komt opeisen. Haar grilligheid camoufleert wellicht dieper leed, maar samen komen ze tot niets gekkers dan hun luchtkasteel, een droom van het onmogelijke.

Het gebrek aan richting en urgentie van het geheel wordt grotendeels gecompenseerd door het bekwame spel van de acteurs. Van de geaffecteerde, lage toneelstem van Mark Rietman moet je houden, maar de verwarde bouwmeester zet hij geraffineerd neer. Met haar redeloze passie en huilbuien toont Anna Raadsveld, voor het eerst bij Het Nationale Toneel, een groot dramatisch potentieel, al was nog niet elke scène in balans.

Bij de première bezorgde zij het correct abstracte, maar saaie decor van twintig witte tafels het beste moment door bij het springen van tafel naar tafel op een papier te landen, onderuit te schuiven en met een harde smak op haar kont te landen. Rietman was zo alert en cool om te vragen of het nog wel goed met haar ging. In deze studieuze enscenering was het een memorabel moment.