Iedereen vraagt om vertrek maar Burundi’s leider blijft

Ondanks negatieve adviezen stelt Nkurunziza zich herkiesbaar voor een derde ambtstermijn in straatarm land.

Oproerpolitie bij rellen in Burundi. Foto Thomas Mukoya/Reuters

Tegen het advies in van de oppositie in eigen land, van wereldleiders en zelfs van de katholieke kerk heeft president Pierre Nkurunziza van Burundi zich afgelopen zaterdag kandidaat gesteld voor een derde ambtstermijn.

Topman Ban Ki-moon van de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad, de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben Nkurunziza gewaarschuwd dat de fragiele vrede sinds 2003 door dit controversiële besluit in gevaar komt. Bij demonstraties in de hoofdstad Bujumbura vielen twee doden en enkele gewonden.

Het kamp van president Pierre Nkurunziza speelt een hard politiek spel met alles of niets als inzet. Binnen zijn regeringspartij CNDD-FDD probeerden leden van een comité van oude wijzen maandenlang hem op andere gedachten te brengen. Afgelopen zaterdag tijdens het partijcongres werden zij ontslagen.

Binnen de partij hebben zijn oude militaire kameraden van tijdens de oorlog zijn streven aan de macht te blijven gesteund, terwijl de burgerpolitici van na de vrede zich verzetten. Volgens de grondwet mag een president slechts één keer worden herkozen.

Straatarm

Burundi, één van de vijf armste landen ter wereld, bouwde in het onafhankelijke Afrika het aanzien op van een van de meest gewelddadige landen van het continent. In de schaduw van de massaslachtingen in buurland Rwanda kwamen bij strijd tussen Hutu’s en Tutsi’s tussen 1962 en 1993 een kwart miljoen mensen om. Democratische verkiezingen gevolgd door de moord op de zittende president leidden tot een nieuwe burgeroorlog waarbij in de jaren na 1993 nog eens driehonderdduizend Burundiërs omkwamen.

Dit geweld, door de Verenigde Naties beschreven als genocide, draaide altijd om de tegenstellingen tussen de meerderheid van de Hutu’s, die geen politieke macht hadden, en de heersende Tutsi-kliek. Na vredesbesprekingen geleid door Nelson Mandela werd in 2003 afgesproken politie en het staatsapparaat zodanig te hervormen dat Hutu’s een eerlijker aandeel krijgen.

De CNDD-FDD van de Hutu Pierre Nkurunziza bleek weinig democratisch. In 2010 weigerden de oppositiepartijen deel te nemen aan de verkiezingen wegens vermeende fraude bij de voorbereidingen.

Imbonerakure

De Imbonerakure, een jeugdmilitie van de regeringspartij, intimideerde de afgelopen maanden op grote schaal vermeende aanhangers van de oppositie, waarna meer dan tienduizend burgers het Afrikaanse land in paniek zijn ontvlucht. Bij buitenlandse waarnemers bestaan grote twijfels over de onafhankelijkheid van de verkiezingscommissie, die de gang naar de stembus in mei organiseert voor het parlement en een maand later voor de president.

De kans op meer geweld is heel reëel. Maar dit hoeft geen genocidaal geweld te worden zoals vroeger. Onder president Pierre Nkurunziza kregen de Hutu’s voor het eerst controle over politiek en het veiligheidsapparaat.

Daarmee is een belangrijke reden voor moorden langs etnische lijnen verdwenen. In de kliek rond de president, die krampachtig vasthoudt aan de macht, zitten zowel Hutu’s als Tutsi’s.

„Het grootste gevaar is dat de nog fragiele staatsapparaten onder politieke druk scheuren gaan vertonen”, analyseert een diplomaat in hoofdstad Bujumbura van Burundi. „Als het spel steeds harder wordt gespeeld, dan liggen altijd etnische splitsingen op de loer”.

Nederland is sinds 2003 nauw betrokken bij de heropbouw van Burundi en helpt bij de reorganisatie van het leger en de politie in het Afrikaanse land.