Hoe groot mijn ego ook is, mijn bestaan isnietig

Rond de verkiezingen van 2012 zat hij in ieder programma. Met zijn beweging G500 wilde Sywert van Lienden de macht grijpen in de gevestigde partijen. Nu horen we er niets meer van, maar G500 is not dead. „Als er weer verkiezingen zijn...”

Illustratie Enkeling

‘Kom maar naar me toe, je treft me wel daar waar ik open ben”, zei hij op de vraag of ik hem kon interviewen. Het duurde even voor de puzzel kon worden gekraakt. Bedoelde hij nu een plek? De universiteit, zijn geliefde Concertgebouw, bij hem thuis of in zo’n tv-sauna waar hij de laatste tijd net wat te vaak zijn mening geeft? Of bedoelde hij eigenlijk dat ik maar moet wachten op een moment van openheid?

Uiteindelijk tref ik hem. Met een kop thee in de hand, onder een deken en met twee opgewarmde magnetronsloffen om de voeten spreken we elkaar. Hij een beetje zenuwachtig, ik een tikkie zoekende. Het moment dat we elkaar zouden spreken is uitgesteld. Wat moet een mens zeggen over zichzelf. En vooral: welke zaken durf je te bevragen. Een verslag van een gesprek onder twee ogen.

Zo, we moeten eens praten. Jij en ik. Ben je er nu wel klaar voor?

„Ja, laten we beginnen. Het werd weleens tijd hè? We spreken elkaar nog maar weinig door jouw drukke schema. Je praat meer met anderen dan met jezelf.”

Je lijkt me een mens met een dominante linker hersenhelft? Analytisch en rationeel…

„Ah, je bent te veel bezig met die gepopulariseerde hersenboekjes die je boekenkast bevolken, maar waarvan je amper wijzer bent geworden. Laat dat toch eens gaan. En loop eens naar de keuken. Daar ligt het voorwerp op wie jij lijkt. Een ui. De buitenste schil is er één van een rationeel en serieus mens. Maar daaronder ben je een emotioneel en gevoelig wezen. Eén dat bestaat uit vele ringen. Weinigen mogen tot de diepste kern komen. En jij zelf vaak ook niet.”

Waarom vind je het zo moeilijk mensen tot die diepste kern toe te laten?

„Dat is mij eigenlijk ook een raadsel. Misschien omdat ik gevoelig en perfectionistisch ben, terwijl het leven af en toe hard, snel en onvolkomen is. Ik moet een beetje mijn eigen wereld creëren, met een veilige sfeer en voldoende ruimte voor de fantasie om ermee om te gaan. Met fantasie bedoel ik ook dat ik de neiging heb om selectief naar het verleden te kijken. De goede en mooie dingen herinner ik me levendig, wat minder fraai is vervaagt.

„Dat zal vast iets te maken hebben met een kindertijd waar dat mechanisme een, tussen aanhalingstekens, vorm van overleven was. Maar het komt ook doordat ik een dromer ben en zaken romantiseer. Een bijna-ongeluk met een vliegtuig vanwege een kapotte vleugel en stuurinrichting in Australië (omdat ik – eigenwijze klojo– een eerdere vlucht wilde hebben en m’n vriendin daarvoor achterliet) wordt een grappig avontuur. Een angstige nacht in een ranzig hostelbed een authentieke ervaring en mislukte liefde een prachtige vorm van liefhebben die juist mooi was door de tijdelijkheid. Tsja, de herinnering is bij mij soms mooier dan de realiteit die anderen erin zien.”

Is dat je favoriete toestand, die van weemoed?

„Wat een rare vraag eigenlijk. Het gevoelsleven is geen The Emotion of Holland waar de toeschouwer bepaalt welke favoriet is. Maar als ik er één moet noemen, ja, dan de melancholie. En dan bedoel ik niet de depressieve variant, maar de vrolijke. De Italiaanse schrijver Italo Calvino beschreef melancholie als verdriet die een zekere lichtheid of vrolijkheid heeft aangenomen. Daar herken ik me wel in.

„Ik kan er ook echt van genieten, bijvoorbeeld in boeken. De mooiste zin uit de Nederlandse literatuur is wat mij betreft ook zo’n melancholische. Het is de laatste zin uit Terug tot Ina Damman van Simon Vestdijk. Over onbereikbare liefde: ‘Maar zijn voeten raakten zwaar de aarde, zwaar en knarsend op het kiezel alsof zíj het alleen hadden te bepalen hoe onwankelbaar trouw hij blijven zou aan iets dat hij verloren had, - aan iets dat hij nooit had bezeten.’ Zo’n zin geeft mij een gevoel van geluk.

„Niet dat je moet denken dat het slecht met me gaat hoor, ik heb een vrolijk en gelukkig leven. Maar de levenshouding herken ik. Ik heb het bijvoorbeeld ook met spullen. Jarenlang kan ik aan een te krap bureau zitten, om de minuut na de verkoop via Marktplaats terug te verlangen naar het ding. Verhuizen vind ik daarom ook niet leuk. Ik verlang dan de eerste tijd alleen maar terug naar mijn oude stek.”

Sombermans, wakker worden! Waar is de optimist?

„Huh, heb ik wat gemist? Ik ben een optimistisch en een vrolijk mens. Ik ben optimistischer en vrolijker dan ooit, eigenlijk. Hoe meer ik leer over deze wereld en over mensen, hoe positiever ik word. Er is zoveel schoonheid om ons heen, zoveel bijzonders om je continu over te verwonderen. Waar wil je tijd en energie in steken: in het goede of het slechte? Ik geloof in de rechtvaardigheid van onze samenleving, de goedheid van de mens en de kracht van de natuur. En denk dat het nog beter kan.”

Niet liegen, jij wederhelft. Wie jou even volgt, ziet hoe kritisch je bent.

„Dat is het grootste misverstand qua conclusies die mensen vaak over mij trekken: heb je hem weer, met z’n op- en aanmerkingen. Kritisch nadenken staat echter niet gelijk aan negativiteit. Nadenken en ergens kritiek op geven, en soms een oplossing, doe je niet uit cynisme of passiviteit. Je steekt er tijd en energie in omdat je ergens liefde voor voelt, urgentie of belang.

Zeker in de politiek is dat het geval. Daar is tegenmacht en tegenkracht nodig. Strijd om het beste idee. Er zijn al genoeg meelopers en kleurloze types die rondlopen in de politiek.”

„Daarbij moeten jonge mensen zichzelf wel engageren en ook actief zijn. Soms heb ik het gevoel dat jongeren behoorlijk naïef zijn. Dat ze denken dat de beste oplossing wel zal overwinnen omdat het de beste oplossing is. Dat is niet het geval. Politiek vraagt om organisatie, om het steun krijgen voor vernieuwende en rechtvaardige ideeën. Daarom zal je kritisch moeten zijn, maar ook moeten handelen.”

Daarover gesproken, hoe gaat het met die politieke vernieuwingsbeweging van je, G500?

„Die beweging was succesvol rond de verkiezingen van 2012. We merken dat onze methodes, lid worden van alle politieke centrumpartijen en ze beïnvloeden, echter niet werken buiten verkiezingstijd. Je hebt een verkiezingsprogramma nodig dat je kunt veranderen. Hetzelfde geldt voor de Stembreker, een stemdevice waarmee je op coalities in plaats van partijen kan stemmen. Het ligt nu even stil. Maar als er verkiezingen komen…”

Ben je anders gaan nadenken over politiek sinds G500?

„Ja, ik ben nog meer gaan geloven in de noodzaak van politieke vernieuwing. Maar naast inhoudelijke vernieuwing ook vooral verandering van onze politieke structuren. Ik heb te lang gedacht dat je binnen de structuur nieuwe vormen tot stand kan laten komen. Daar ben ik op teruggekomen. Er is geen ruimte voor nieuwe vormen van politieke betrokkenheid waarmee je ook echt invloed kunt uitoefenen. Even met een groep jonge mensen de boel overnemen werkt dus minder goed dan gedacht. Hoe het dan wel moet? Ik ben nog zoekende.

„Daarnaast relativeer ik meer. De mens als collectief is in staat tot geweldige prestaties - een mannetje op de maan zetten, ziektes verslaan, het internet uitvinden - maar het zijn niet per se politici die dat proces altijd in gang zetten. Je kunt je dus ook prima inzetten voor de goede zaak buiten de politiek, al blijf ik hopen dat ook de besten en slimsten de politiek niet zullen verlaten.

„Ik ben me meer aan het verdiepen in natuurkunde en ruimtevaart. Hoe groot mijn ego ook is, mijn bestaan is nietig. Dat besef begint nu pas te komen. Je hebt maximaal 650.000 uur en dan zullen je atomen ‘om onbekende redenen een eind aan je maken, je in stilte afbreken en weggaan om andere dingen te zijn. En dat was het dan voor jou.’ Aldus Bill Bryson. Hoe goed je het ook bedoelt, je kunt slechts beperkt van waarde zijn. Dat zou ook mijn tip zijn: verspil geen tijd en geef je over aan de curiositeit van het leven.”

Goed, mijn magnetronsloffen zijn koud. Terug naar de realiteit.