Het pure genot van het podium

Al 40 jaar wordt jong klassiek talent gestimuleerd door het concours dat geen concours wil zijn. „De kunst is gewoon lekker muziek te maken.”

Foto Merlijn Doomernik

Voor Benjamin Farber (12, altsaxofoon), Andrei Makarov (13, piano), Michelle Sweegers (17, harp), Martijn Boom (16, marimba), Johannes Asfaw (14, piano) en de tweeling Mayu en Take Konoe (17 jaar, viool en altviool) was het een spannende week. Gister wonnen Benjamin Farber, Andrei Makarov en de tweeling Mayu en Take Konoe de eerste prijzen. (Zie voor een verslag van de finale het artikel rechts.)

Het Prinses Christina Concours is al veertig jaar een kweekvijver voor jonge, in Nederland wonende klassieke musici tussen de 12 en 19 jaar. Aan zes regionale voorrondes deden dit jaar 450 kinderen mee, uit elke regio stroomde er één door naar de finale. Maar anders dan bij de meeste concoursen is het wedstrijdelement bij het Prinses Christina Concours secundair. „Wij zijn het enige concours dat niet van concoursen houdt”, zegt directeur Jochem van Eeghen. „Zoals componist Bela Bartók zei: muziekmaken is geen paardenrennen. Maar kinderen ervaren een wedstrijdje als stimulerend, en het aanwakkeren van hun liefde voor muziek is wél onze core business.”

Opvallend detail: een merendeel van de kinderen die meedoen aan het concours is (deels) van buitenlandse komaf. „Een kwestie van traditie: opvoeding is in Nederland veel minder cultureel dan we denken”, zegt Van Eeghen. „De gretigheid van kinderen voor muziek is universeel, daar ligt het niet aan. En als het op vrijetijdsbesteding aankomt, zoeken alle kinderen ter wereld het liefst snelle afleiding. Ouders moeten dan zeggen dat die kinderen daarnaast ook nog driekwartier muziek moeten studeren. Waarom? Lees de onderzoeken er maar op na: je wordt er slimmer, gelukkiger, geconcentreerder en socialer van. Buitenlandse ouders vragen dat van hun kinderen, ze zijn dat zelf ook gewend en zetten die traditie voort. Maar in Nederland zijn de meeste hoogopgeleide ouders ook zelf niet zo opgevoed. En het wordt ouders lastig gemaakt. In België kan elk kind voor 100 euro per jaar een uur per week privéles krijgen aan de muziekschool. Nederlanders geloven dat vaak niet, want hier krijg je voor 700 euro drie kwartier duoles en ontdek je dan na twee jaar dat viool daarvoor een te moeilijk instrument is. En dan stoppen ze er maar mee.”

Finalist Johannes Asfaw (14) – niet alleen een begaafd pianist maar ook al als dirigent en koorzanger actief – kreeg zijn muziekliefde „deels” van huis uit mee, zegt hij. „Mijn ouders spelen geen instrument maar ze luisteren wel veel naar klassieke muziek.” Johannes begon met de piano toen hij vijf werd, en ontdekte gaandeweg dat zijn passie voor muziek steeds groter werd. Inmiddels combineert hij vooropleidingen piano en orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag met de middelbare school – een opleiding waarvan de meeste leerlingen overigens meededen aan het Prinses Christina Concours.

En toch is het stimuleren van jonge professionals als Asfaw niet het belangrijkste doel. „Juist omdat we zien dat de klassieke muziekzalen leeglopen en het met het muziekonderwijs in Nederland zo droef is gesteld, zetten we in op alle kinderen”, zegt directeur Jochem van Eeghen. Met de ‘Classic Express’, een als concertzaal geoutilleerde touringcar, trekt het Concours langs basisscholen voor miniconcertjes. „Als de kinderen die meedoen met muziek door willen, zijn we eerlijk over hun kansen. Wie later ook nog droomt van een hypotheekje, moet in een krimpende markt wel heel verschrikkelijk goed zijn.”

Asfaw droomt er toch van, lacht hij. „In een ideaal scenario geef later ik veel concerten als pianist maar ben ik daarnaast ook dirigent.” Het combineren van beide is de ultieme droom. „Ik heb het bij het Residentie Orkest gedaan: vanachter de piano het orkest dirigeren. Onbeschrijflijk leuk.”

Maar nu eerst winnen. Of beter: meedoen. Asfaw: „De beste mind set voor zo’n finale is: gewoon lekker muziek maken. Er moet ruimte voor risico zijn. Dan ontstaan de beste momenten en houd je je het voor jezelf en het publiek interessant. Natuurlijk is het zo dat je, om je zo vrij te voelen, eerst ook gewoon keihard moet studeren. Maar zodra ik het podium oploop ben ik puur aan het genieten.”