Mongoolse sabel opgegraven

Batu Khan en zijn leger (1238).

In het Russische Yaroslavl is een sabel opgegraven die is gebruikt toen Mongolen onder Batu Khan, een kleinzoon van Dzjengis Khan, de stad bestormden in 1238. Dr. Asya Engovatova, verbonden aan het Russische Instituut voor Archeologie, vond het oude sabelfragment bij opgravingen in het oude stadscentrum. Daar ligt een massagraf, van de verdedigers van de stad en van burgers die door de invallers zijn vermoord. Tussen skeletten van vrouwen en kinderen, huishoudelijke artikelen en juwelen lag de bewuste sabel. Hij bleek gemaakt van gietstaal. De techniek om een dergelijk type staal te maken is in de eerste eeuw na Chr. ontwikkeld in India. Gietstalen wapens duiken later op in Centraal-Azië, maar Europese zwaardmakers raakten er pas mee bekend aan het eind van de achttiende eeuw. Het ‘zwaard van Yaroslavl’ is waarschijnlijk van een Mongoolse strijder. In de dertiende eeuw veroverden de Mongolen een groot deel van Eurazië: het grootste rijk dat ooit ter wereld heeft bestaan. (NRC)