Furieus Slaves dwingt publiek tot meetieren

Het energieke Britse duo Slaves was het hoogtepunt van het London Calling, waar jonge bands uit Engeland en overal elders optreden.

De Amerikaanse band of Montreal, zaterdag op de tweede dag van London Calling in Paradiso, Amsterdam. Foto Andres Terlaak

Twee mannen, een drumstel en een gitaar waren vrijdagavond de bron van de grootste opwinding die het London Calling-festival sinds lang heeft meegemaakt. Slaves heten de twee muzikanten uit Kent. Isaac Holman drumt staand, in de stijl van oude rockabilly-acts, wat hem de mogelijkheid geeft bij zijn drumstel weg te lopen, tegen gitarist Laurie Vincent aan te leunen of de zaal in te springen. Het publiek in de grote zaal keek verrast toen Isaac, met strakke kuif en kelner-outfit, meteen van wal stak met een furieuze tirade, waaruit geleidelijk songs ontstonden als Where’s Your Car Debbie en Hey: strak, fel, voortgestuwd door de schurende gitaarakkoorden van Vincent.

De zang werd met zo’n fysieke inzet uitgespuwd, de gitaar zo driftig rennend bespeeld, dat je je kon afvragen hoelang een band dit volhoudt.

Het London Calling-festival in Paradiso, Amsterdam, biedt twee keer per jaar een overzicht van voornamelijk nieuwe bands. De ‘Britpop’-associatie in het aanbod - uit de jaren dat dat genre in Engeland de dienst uitmaakte - is vervlogen. In plaats daarvan is er nu grote diversiteit. Vooral vrijdagavond maakte het programma nieuwsgierig, met een aantal groepen die voor ‘beloftevol’ doorgaan. De bands kwamen deze keer voornamelijk uit Engeland en Amerika, vaak is er nog nauwelijks muziek verschenen. Dat maakte de verrassing des te groter.

Ook het trio Jagaara is nog pril. De drie zusjes uit Noord-Londen, stonden op een rij voorop het podium. Eerst leek er sprake van een folk-trio, met gevoelige samenzang en voorzichtige akkoorden. Maar plotseling kreeg de gitaar gezelschap van schuifelende elektronica-beats, en boog de zang van voorvrouw Cat af richting r&b, met scherpere wendingen en ingehouden zinnelijkheid. Zo ontstond er een versmelting van genres die leidde tot een bijzondere, bedachtzame dansmuziek.

Hoewel de combinatie van rockinstrumenten met elektronica tegenwoordig populair is, had London Calling nog enkele onversneden rockbands op het programma. The Districts, uit Philadelphia, wordt door sommigen als belofte beschouwd. De vier maakten inmiddels twee cd’s, maar zoals te horen op het onlangs verschenen A Flourish And A Spoil, leidt de opeenstapeling van grunge-elementen, country-rock, en murmelende zang van de wild met zijn krullen zwaaiende Rob Grote niet tot een eigen signatuur. The Districts waaien met te veel winden mee.

Dat gold ook voor het Britse trio Happyness, dat innemend eigenwijs klinkt. Er waren mooie rockgrooves, maar de aandacht verslapte bij de mindere pianoballades.

Het Amerikaanse Fool’s Gold, al een bekende naam in het festivalcircuit, heeft de koers inmiddels verlegd naar door Afrikaanse muziek geïnspireerde ritmes. Dat leidde vrijdagnacht tot een geconcentreerde exercitie in percussie, woekerende gitaarsolo’s en funky zang.

Maar het hoogtepunt was toen geweest. Een paar uur tevoren, bij Slaves. Het kelner-hemd ging uit, de furie werd bij elk nummer opgeschroefd. Holman speelde donderslagen op zijn trommels, en fulmineerde zijn teksten, die uitsluitend uit oneliners leken te bestaan („I love you more when you’re angry with me” of: „If you live like an animal, you die like an animal”). Vincent citeerde uit de popgeschiedenis - de riff van Deep Purple’s Smoke On The Water - of zorgde voor knetterende akkoorden, in de basale popsongs.

Het publiek keek eerst bedremmeld, maar kon uiteindelijk niet anders dan meetieren, meedansen, en stuiptrekken tijdens de korte maar hevige seance van woede.

Het duo Slaves doet denken aan de hooligan-retoriek van het eveneens Britse Sleaford Mods. Maar Isaac Holman en Laurie Vincent zien niet alleen de gebreken van het hedendaagse Engeland, met Slaves bieden ze ook verlossing. Door alleen al hun optreden, en door hun boodschap. Bijvoorbeeld in de tekst van Do Something. En die van Cheer Up London, over sombere gezichten in de hoofdstedelijke metro.