Een ‘Plan B’ voor Griekenland of toch een vechtscheiding?

De ijsberg nadert, het schip stoomt door. De bijeenkomst van de EU-ministers van Financiën afgelopen vrijdag in de Letse hoofdstad Riga over noodsteun aan Griekenland is zoals alle vergaderingen van daarvoor uitgelopen op een patstelling. Het tijdstip nadert dat het geld echt op is en Griekenland niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Of dat nu 12 mei is, wanneer een grote betaling van 970 miljoen euro aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moet zijn gedaan, of in juni (nog eens 1,6 miljard naar het IMF), of in de zomer als miljarden aan staatsleningen, in het bezit van de Europese Centrale Bank (ECB), moeten worden afgelost. In de tussentijd zijn er kortlopende leningen die moeten worden gefinancierd en elke maand is er de rekening voor ambtenarensalarissen en uitkeringen van 2,4 miljard euro. Griekse banken liggen intussen, via de Griekse centrale bank, al aan het infuus van de ECB.

7,2 miljard aan Europees geld ligt te wachten op goedkeuring, indien Athene harde en – vooral – te controleren afspraken maakt over hervormingen en saneringen die moeten voorkomen dat daarna steeds opnieuw geld nodig zal zijn. Maar de regering geeft geen krimp en de frustraties lopen hoog op bij de Europese collega’s.

De stemming wordt, begrijpelijk, fatalistisch: als de Grieken niet willen, laat ze dan maar uit de euro stappen. Dat wordt langzamerhand een verleidelijke gedachte. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Een Griekse ‘exit’ leidt bij de overige eurolanden tot een zeer fors verlies, via bilaterale steun, via het noodfonds EFSF, via verliezen bij de ECB en bij het IMF. Economische stroppen, direct of via de band van een paniekgolf op de financiële markten, komen daar bovenop. En dan zijn er mogelijke politieke en geopolitieke verliezen: de Grieken zijn lid van de Europese Unie en de NAVO, en kunnen zich in die hoedanigheid grillig en onwillig gaan gedragen.

Daar eindigt de lijst van mogelijke problemen niet. Want het is geenszins gezegd dat een scheiding tussen de euro en Griekenland ordentelijk zal verlopen. Er is kans op een langdurige, schimmige periode waarin het land noch in, noch uit de euro is. Want wie maakt dat eigenlijk uit? Als de ongrijpbare situatie van de afgelopen maanden één ding duidelijk maakt dan is het dat een vechtscheiding een waarschijnlijker scenario is dan waar het tot nu toe voor wordt gehouden. Er wordt gezinspeeld op een ‘Plan B’ als de huidige onderhandelingen spaak lopen. Maar het is lastig om een plan te maken als niet precies duidelijk is waarvoor.

Al met al is dit geen begerenswaardig perspectief. Ja: ergens moet een streep worden getrokken. Maar de prijs zal hoog zijn, en daarvan moet de burger wel op de hoogte worden gesteld.