Een opgewonden standje

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Je moet hem wel opwinden”, zei mijn moeder tegen m’n jongste zoon, toen ze hem het horloge van mijn vader gaf. Hij keek haar verbaasd aan, het erfstuk in zijn hand. „Opwinden? Bedoelt u: schudden? Ik weet dat je sommige horloges moet schudden.”

Mijn moeder en ik schoten tegelijk in de lach. Gek idee, dat zo’n basale techniek niet meer bij iedereen bekend is. Ik liet hem zien hoe je de veer in een horloge aanspant en hield het klokje bij zijn oor. „Je kunt voelen en horen wanneer je moet stoppen met draaien”, zei ik.

Zelf had ik dat zacht tikkende geluid in geen decennia gehoord. Als ik wil weten hoe laat het is, kijk ik op mijn mobiele telefoon en daarvóór had ik een polshorloge met batterij.

Nadat we bij mijn moeder waren vertrokken, vroeg mijn zoon of er een verband bestaat tussen een horloge opwinden en je érgens over opwinden – nadenken over woorden is aanstekelijk.

Ik had daar nooit bij stilgestaan, maar inderdaad: er is een verband. De oorspronkelijke betekenis van opwinden is ‘omhoogwinden’ of ‘opbomen’. Bedoeld werd: iets door middel van bijvoorbeeld een windas of katrol naar boven trekken. Zo lezen we in het beroemde reisverslag van Bontekoe uit 1646 over het opwinden van ankers. Ook veel andere oude vindplaatsen hebben betrekking op de scheepvaart en de bouw. Het fijnere opwinden dateert eveneens uit de eerste helft van de 17de eeuw. In 1647 dichtte Constantijn Huygens in Ooghentroost: „Mijn uerwerck is voor twee, drij uren opgewonden / Of ’t met een’ veer gaet, of met hangende gewicht, / Staet u te keuren, naer mijn’ reden, swaer of licht.”

Constantijn was de vader van Christiaan Huygens jr., de geniale natuur- en wiskundige die in 1656 de slingerklok uitvond en in 1675 het zakhorloge patenteerde. Of vader Constantijn in deze dichtregels verkennend technisch werk van zijn zoon beschrijft weet ik niet, maar daar lijkt het op.

Zeker is dat opwinden in de loop van de 18de eeuw een overdrachtelijke betekenis kreeg die in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) als volgt wordt omschreven: „Iemands hartstochten of gemoedsaandoeningen boven het gewone opwekken, zijne gemoedsgesteldheid of zijn geestestoestand in overspanning brengen; hem in een geestdriftigen, hartstochtelijken, overprikkelden toestand doen geraken.”

Voor die ‘hartstochtelijke’ opwinding geeft het WNT overigens maar weinig voorbeelden. Ja, we vinden er deze dichtregel van De Génestet: „Een zonnestraal, een lief gelaat wond haar jong hartjen op.” En ook lezen we over het opgewonden standje (dat sinds 1844 wordt gebruikt als ‘benaming voor iemand die gauw driftig wordt’). Maar de erotische betekenis van opwinding ontbreekt bij mijn weten in dit wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands. In seksuele voorlichtingsboekjes is die al zeker sinds 1919 te vinden, maar opmerkelijk genoeg vermeldt ook Van Dale de erotische betekenis van opwinding pas sinds 1984.

Dat ik het opwindbare zakhorloge lang geleden inruilde voor een exemplaar met batterij, kwam doordat ik het opwinden te vaak vergat. Ooit, aan eind van de 18de eeuw, hadden rijke mensen een speciale bediende om hun uurwerken bij de tijd te houden. Zijn beroepsnaam laat zich raden: de opwinder.