Brieven

Deze man verdient begrip

Met stijgende verontwaardiging heb ik de afgelopen dagen gevolgd hoe er gereageerd werd op een lezing in Maastricht van de emeritus hoogleraar anatomie G. Maat. Hij sprak voor studenten over zijn vak en was zich er niet bewust van dat er ook twee journalisten in de zaal waren. Hij liet kennelijk foto’s zien, genomen in de loop van het identificatieproces van MH17-slachtoffers. Foto’s van zo'n identificatieproces zijn, ongeacht op welke ramp ze betrekking hebben, vast niet aangenaam om te zien, maar ze geven wel een stuk werkelijkheid weer. Journalisten, politici, nabestaanden, iedereen viel vervolgens over de heer Maat heen; minister Van der Steur noemde zijn optreden zelfs „buitengewoon ongepast en onsmakelijk”.

Deze man is kennelijk zeer capabel, doet waardevol werk en heeft voor vele nabestaanden, van o.a. de tsunamiramp en de vliegramp in Libië, door zijn identificatiewerk zekerheid kunnen geven. Deze man zou alleen maar grote erkentelijkheid en begrip verdienen in plaats van afkeuring.

Valkenberg

Inertie recept voor ongeluk

Sebastien Valkenberg heeft gelijk dat een handjevol jihadgangers geen aanleiding moet zijn tot cultureel masochisme (20/4). We scoren immers hoog op lijstjes van mondiaal geluk en vluchtelingen wagen hun leven op de Middellandse Zee om dat geluk hier te vinden. Tegelijk laat Valkenberg een interessante vraag liggen: waar komt dat masochisme dan vandaan? De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi zei recent het volgende: „Wij hebben de plicht gelukkig te zijn maar zijn dat niet. De eerste stap naar ongeluk is niets doen ... Het enige waardoor we nog in beweging komen is een serie dramatische of absurde gebeurtenissen van buitenaf die ons dwingen eindelijk eens een keer onze luie reet te verheffen” (Groene Amsterdammer, 16 april). Als inertie onder ons geluksgevoel ligt is masochisme nooit ver weg. Voor echt geluk is meer nodig. Dat blijkt precies nu zoveel ‘gelukzoekers’ verdrinken in hun poging Europa te bereiken. Frederik Delaplace laat op zijn twitteraccount een kind het volgende briefje schrijven: „Maar als het gewoon geluk is dat wij hier geboren zijn en wonen waarom voelt het dan niet zo?”

Matthijs Haak Predikant Delfshaven

Kunst

Kijk op rendement

In de discussie over rendementsdenken in Kunst & Cultuur (23/4) blijft een aspect onbelicht, namelijk de functie van kunst en cultuur. En daarover verschillen de schrijvers eigenlijk nog het meest van elkaar. Niet over het feit dat kunst- en cultuurbeoefening en -consumptie moet renderen. (Is er namelijk niet altijd sprake van rendement van kunst en cultuur, voor de kunstenaar, voor het publiek en/of voor cultuurbestuurders zoals Daamen?) Maar over de kijk daarop. Daamen lijkt de consumptieve waarde van kunst en cultuur voorop te stellen: vermaak en entertainment. Dan zijn bezoekersaantallen relevant. Visser, Scholten van Aschat en Hegeman lijken iets anders voorop te stellen: (mijn woordkeus) vernieuwing, consumenten met het onbekende en het andere in aanraking brengen. En er zijn nog andere rendementen: verrassing van de consument, blikverbreding, een nieuwe ervaring. Dit alles zou je de extrinsieke waarde van kunst kunnen noemen. De intrinsieke waarde van de kunst, de waarde van kunst an sich, kent echter ook een rendement: dat is bevrediging van de behoefte van kunstenaars om zich in vrijheid uit te drukken en hun ideeën vorm te geven. Daarvoor zijn bezoekersaantallen irrelevant. In onze pluriforme samenleving moet en zal er ruimte zijn voor meerdere visies op de functie van kunst & cultuur.

Godfried Westen