‘Als asielzoekers in de EU eerlijker worden verdeeld, krijgt Nederland er minder’

Dat zei D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold in Pauw

illustratie martien ter veen

De aanleiding

De Europese Unie moet asielzoekers eerlijker over de lidstaten verdelen, vindt D66-leider Alexander Pechtold. Want van de ruim 600.000 asielzoekers die jaarlijks de EU binnenkomen, gaat het grootste deel uiteindelijk naar Duitsland of Zweden en in mindere mate Nederland, en nauwelijks naar landen als Portugal.

De Europese Unie is nu een pilot gestart voor 5000 vluchtelingen die in Italië zijn opgevangen. Die vluchtelingen moeten eerlijk over Europese landen worden verdeeld. In de pilot moeten landen zichzelf vrijwillig aanmelden. En Nederland moet dat doen, vindt Alexander Pechtold. „Als de asielzoekers eerlijker worden verdeeld, krijgt Nederland er minder”, aldus Pechtold in Pauw. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Pechtolds woordvoerder stelt dat de asielzoekers moeten worden verdeeld op basis van een combinatie van criteria, namelijk bevolkingsdichtheid, inwonersaantal, welvaart en het bbp. Hoe die mix er ook precies uit komt te zien, Nederland zal in ieder geval minder asielzoekers hoeven op te vangen dan nu het geval is, stelt de woordvoerder, want in verhouding tot het inwonersaantal, de bevolkingsdichtheid en de welvaart krijgt Nederland te veel asielaanvragen.

En, klopt het?

De cijfers waarmee D66 rekent, zijn asielaanvragen. Dat is niet hetzelfde als het aantal mensen dat wordt opgevangen, er zijn ook ‘nareizigers’, bijvoorbeeld een vrouw of kinderen. In Nederland zijn volgens het CBS vorig jaar zo’n 4.000 nareizigers geregistreerd. De cijfers zijn dus niet onfeilbaar, maar ze zijn wel een goede indicatie.

Daarnaast is het aantal aanvragen niet stabiel. Tussen 2010 en 2014 is het aantal explosief gegroeid, blijkt uit cijfers van Eurostat: van ruim 207.440 nieuwe aanvragen naar ruim 562.265. We hebben daarom gekeken naar het totaal van nieuwe aanvragen tussen 2008 en 2014. In Nederland kwam in die tijd 4,6 procent van alle aanvragen in de EU binnen. Is dat een evenredig aandeel?

Als we kijken naar de Nederlandse bevolkingsomvang (criterium één), zou Nederland inderdaad minder aanvragen moeten krijgen. De Nederlandse bevolking is 3,3 procent van de totale bevolking van de Europese Unie. Het aandeel in de bevolking is dus lager dan dat in het aantal asielaanvragen.

Het bruto binnenlands product of bbp van Nederland (criterium twee) ligt relatief wat hoger: 4,7 van het totale bbp in de EU. Min of meer gelijk dus aan het aandeel asielaanvragen.

Dan het welvaartsniveau (criterium drie). Eurostat meet dat aan de hand van consumptie per hoofd van de bevolking, en het bbp per hoofd van de bevolking. De meest recente cijfers gaan over 2013, maar de cijfers zijn door de jaren heen vrij stabiel.

In het geval van de consumptie ligt die in Nederland 8 procent hoger dan het gemiddelde in de EU. Als we die verhouding doortrekken naar het aantal asielaanvragen, kreeg Nederland inderdaad te veel aanvragen. Nederland kreeg tussen 2008 en 2014 namelijk 30 procent meer aanvragen dan gemiddeld per EU-lidstaat. En het bbp per hoofd van de bevolking ligt in Nederland 27 procent hoger dan het EU-gemiddelde, ook minder dan 30 procent. Dus ook op grond van dit criterium zou Nederland ook minder asielaanvragen mogen ontvangen.

Ten slotte de bevolkingsdichtheid (criterium vier). Nederland heeft ruim vier keer zoveel inwoners per vierkante meter als het gemiddelde van de Europese Unie. Wat dat betreft zou Nederland óók minder asielaanvragen moeten krijgen.

Conclusie

Of Nederland daadwerkelijk minder asielzoekers zou krijgen, hangt af van de verdeelsleutel die wordt gehanteerd. Hoe die er precies moet uitzien, weet D66 ook niet, maar gemeten naar drie van de vier criteria die de partij voorstelt, krijgt Nederland inderdaad te veel asielaanvragen. De uitspraak wordt daarom beoordeeld als waar.