Column

Aan ouderwets gooi-en-smijtwerk is zeker nog behoefte

Spelen of niet spelen, dat is de vraag. De afgelopen maanden waren er meerdere voorstellingen te zien waarin cabaretiers hun tegendraadsheid vormgaven door die vraag op te werpen. Micha Wertheim en Daniël Arends, en in zekere zin ook Sander van Opzeeland, rebelleerden tegen publieksverwachtingen en versleten routines. Stilte bleek een machtig wapen.

Niet iedereen houdt van cabaret dat op die manier prikkelt. Humor voor mensen die graag op een punaise zitten, zei iemand badinerend. Voor wie het allemaal wat directer mag en houdt van ouderwets gooi-en-smijtwerk is er bijvoorbeeld Oeloek. Dit cabaretkwartet, drie mannen en een vrouw, was op televisie te bewonderen bij Comedy Club Katendrecht, op uitnodiging van Martin van Waardenberg, die bij hun tweede voorstelling Prille Roest ook de eindregie doet. De vergelijking met het fysieke theater van het vroegere duo Waardenberg & De Jong ligt voor de hand, en er is een zekere verwantschap.

Toevallig begint Prille Roest met een man die het niet doet, maar dat is werkweigering van een heel andere orde. Deze roboteske man is besteld door een vrouw en met haar klacht over zijn niet functioneren staat ze lang in de wacht – „Hebt u zin om op 3 te drukken, toets 3. Wilt u anderen voor laten gaan, toets 2.” Door te tikken op zijn geslacht, te draaien in zijn kont en te duwen op zijn adamsappel – griezelig! – brengt de vrouw hem alsnog hortend en stotend in beweging.

Door lichamelijke grenzen te overschrijden wordt ook de sketch grappig waarin een man wordt gebruikt als instrument: iemand neemt zijn vingers in zijn mond, laat een hand over zijn arm tippelen en simuleert een saxofoonsolo. Om het plukken aan de bas te imiteren wordt er aan zijn kruis getrokken. Spelen of niet: dat is bij Oeloek geen vraag.

Prille Roest bevat ook de nodige modale cabaretsketches. Die zijn niet puntig, absurd of ruig genoeg. Terwijl er duidelijk behoefte is aan groter en gekker. Als de spelers boterhammen het publiek inwerpen, worden die teruggesmeten door toeschouwers met een fanatisme en plezier waaruit een groot verlangen spreekt om eens lekker te zooien.

Hoewel: bij de voorstelling die ik in Theater Ins Blau in Leiden zag, was er ook een oudere dame op de eerste rij die een veilig heenkomen zocht op de trap. Maar dat is voor Oeloek wellicht op te vatten als compliment. En aanmoediging: harder beuken, geen genade. Ook dan wordt cabaret leuk en interessant.