Gedicht: Atlantis

Pas nadat de oceanen waren leeggevist

hadden de negers eindelijk ruimte om te zwemmen

maar toen zij het droge opkropen

geloofden wij niet meer in evolutie

We staken kruizen in brand om de kust te markeren

en tekenden vissen in het zand,

gesproken zwaarden die stukken hakten in vreemde tongen

die goed bleken te gedijen in vruchtwater

en een wolkentaal baarden

Een taal waaruit verhalen neerdaalden

om branden te blussen

en verdronken land tot leven te wekken

Zo werden alle zeeën van binnen één oceaan

en spoelden grenzen weg

iedereen werd vloeiend

begon waar de ander ophield

zonder tussengezicht

reflecteerden we

kleurloos

de hemel