Historie van een volksfeest 

Koninginnedag (of Koningsdag) is geen uitvinding van fanatieke Oranjeklanten, maar van een hoofdredacteur van een liberale, regionale krant in Utrecht. De Oranjes zelf reageerden wisselend op het feest dat de natie jaarlijks voor hen organiseerde.

Op 26 juli 1885 verscheen in het liberaal getinte Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad een, achteraf bezien, historisch hoofdartikel. De schrijver toonde zich ernstig bezorgd over politieke, maatschappelijke en godsdienstige spanningen in het land. Er was polarisatie, bijvoorbeeld tussen protestanten en katholieken, als gevolg van de steeds assertiever optredende gereformeerden onder leiding van Abraham Kuyper. De socialisten kwamen op en maakten van hun anti-monarchisme geen geheim. „Ik heb mijn schoenen laten lappen om de koning dood te trappen”, zongen ze.

Dit alles bedreigde eenheid en samenhang van het land, oordeelde hoofdredacteur J.W. Gerlach, een geslaagde zakenman die in 1883 de journalistiek was ingegaan. „Hoe ongelooflijk het ook moge schijnen”, begon hij zijn hoofdartikel in 1885: „Wij Nederlanders, wij kennen en verstaan elkander niet meer.”

Verjaardag

Gerlach klaagde niet alleen, maar kwam meteen met een oplossing. De verjaardag van de vijf jaar jonge prinses Wilhelmina op 31 augustus zou volgens hem een mooie datum kunnen zijn voor een nieuw, nationaal volksfeest. Als kind kon Wilhelmina, veel meer dan de bijna zeventig jaar oude koning Willem III, optimistisch vooruitgangsdenken belichamen.

Er was nog een voordeel: een kind had iets onschuldigs, ook voor socialisten. Dat wilde toch niemand ‘doodtrappen’? Tot slot was er een praktisch pluspunt. De verjaardag van Wilhelmina viel, anders die van Willem III, midden in de zomer. Perfect voor openluchtfestiviteiten dus.

Niet dat Gerlach een gelovig Oranjeklant was. Hij had al eens eerder een voorstel voor een volksfeest ter nationale verbroedering gedaan, maar dan met de jaarlijkse kermis als beoogd middelpunt. Dat was bij de gereformeerden in slechte aarde gevallen, en bleef zonder vervolg. Vandaar zijn tweede voorstel.

Dat bleek duidelijk meer potentie te hebben. In de eigen stad Utrecht en omgeving, Zeist bijvoorbeeld, begonnen buurten en wijken nog hetzelfde jaar kinderspelen te organiseren. De verjaardag van de jonge Wilhelmina bleek zoveel enthousiasme en aanhankelijkheid te wekken dat zelfs doorgewinterde socialisten er niet aan konden ontkomen. Ook de Nieuwe Rotterdamse Courant (NRC) die eerst de kat uit de boom had gekeken, werd door de Oranjegeest aangeraakt. De krant schreef in 1887 in haar hoofdartikel: „Er komt een geest van samenwerking en wederzijdse welwillendheid, een besef van onderlinge aanvulling, die voor menig ander doel niet wakker te schudden zouden zijn.”

Nationale eenheid 

De jaren erna breidden de Oranjefeesten zich als een olievlek over het land uit. Soms was het enthousiasme op Prinsessedag, zoals 31 augustus vanaf 1886 werd gedoopt, zo groot dat zelfs één dag niet genoeg bleek. De commercie zag ook grote mogelijkheden en haakte in de jaren erna aan bij het feestgedruis. In 1892 bracht de Firma Fortuin de Wilhelmina pepermunt op de markt – ter gelegenheid van haar eigen vijftigjarig bestaan.

Bijna 130 jaar later staat Koningsdag 2015 nog steeds in het teken van nationale eenheid, kinderfeesten, Oranje, en commercie. Allemaal spelen ze vandaag een rol bij de eerste Koningsdag nieuwe stijl, voor het eerst georganiseerd door en in Dordrecht.

Maar hoe ondergingen de Oranjes zelf de feesten eigenlijk, die liberalen en daarna ook anderen voor hen hadden bedacht? Het verjaardagsfeest dat gewone mensen in eigen kring met familie en vrienden kunnen organiseren, werd hen immers op deze manier uit handen genomen?

Plichtplegingen en defilés

Opvallend is dat Wilhelmina met vrijwel geen woord rept van Prinsesse- of Koninginnedag in haar autobiografie Eenzaam maar niet alleen. Het wel en wee van de familie wordt erin beschreven. Ook zijn er veel bespiegelingen over oorlog, de crisisjaren en godsdienst. Maar Prinsessedag? Of Koninginnedag zoals de viering vanaf 1890, het jaar van haar troonsbestijging, ging heten? Bijna geen woord erover. Wilhelmina bezocht de Oranje feesten wel, maar echt warm werd ze er niet van. „Wilhelmina hield niet zo van dit soort sociale plichtplegingen”, zegt de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Henk te Velde. „Ze was meer geïnteresseerd in serieuze staatszaken.”

Bij haar dochter Juliana was dat duidelijk anders. Toen die in 1948 de troon besteeg, veranderde niet alleen de geboortedatum van de vorstin van 31 augustus in 30 april, maar ook de wijze van viering. Juliana nodigde het land als het ware bij zichzelf uit. Beroemd en klassiek werden de zogenoemde defilés, waarbij kinderen, muziekkorpsen en vrijwilligers van allerlei organisaties bij haar en haar familie in de tuin van Paleis Soestdijk langs trokken. Juliana genoot er zichtbaar van. 30 april werd mede door haar enthousiasme een soort ‘nationale moederdag’, schreven haar biografen Dra Schenk en Magdaleen van Herk. NRC-hoofdredacteur en commentator Jerome Heldring observeerde op 30 april 1962: „Deze vrouw wordt niet alleen als koningin begrepen, maar bijna als lid van ieder huisgezin.”

Juliana’s dochter Beatrix trok vanaf haar troonsbestijging april 1980 het land in voor het Oranjefeest. Ze liet de datum op 30 april staan. Uit respect voor haar moeder, maar ook omdat de kans op prettig weer groter is dan op haar eigen verjaardag op 31 januari. Bijkomend voordeel was ook dat Beatrix dan tenminste wel haar eigen verjaardag in kleine kring kon vieren, in plaats van met zestien miljoen Nederlanders.

Door op 30 april het land in te trekken naar twee gemeenten, kwam Beatrix weer dichter bij de oorspronkelijke opzet van Koninginnedag, zoals hoofdredacteur Gerlach die in 1885 ooit gelanceerd had. Meer dan twee decennia lang trok Beatrix met haar familie langs dorpen en steden.

30 april 1988 werd een hoogtepunt, toen Beatrix een verrassingsbezoek bracht aan de Amsterdamse Jordaan, en daar spontaan een kus kreeg van een toeschouwer. De kus kreeg de historische lading van verzoening tussen Amsterdam, met zijn rellen tijdens het kroningsfeest in 1980, en de koningin.

Geen zin

De feeststemming van 30 april vermengde zich met een algemenere Oranjegekte die het nationale voetbalelftal met zijn successen in de jaren tachtig teweeg bracht. Maar gaandeweg openbaarde zich ook een andere tendens. De geruchten werden steeds sterker dat de opgroeiende prinsen met groeiende tegenzin meegingen. „Het is al jaren hetzelfde”, schreef Trouwjournalist en royaltywatcher Fred Lammers in 1997 in zijn boek Koningin Beatrix: een Instituut. „Begrijpelijk dat het koningin Beatrix steeds meer overredingskracht kost om haar zoons zover te krijgen dat ze op 30 april weer in de helikopter of de koninklijke blauwe bus stappen om zich naar een of ander afgelegen oord te laten brengen.” Beatrix ontkende even later bij een persgesprek uitdrukkelijk dat er van enige weerzin sprake was.

Vooral de deelname aan allerlei oud-Hollandse spelen werd controversieel. Zeker nadat kroonprins Willem-Alexander, tijdens Koninginnedag in Rhenen in 2012 mee had gedaan met het zogeheten toiletwerpen. Hij was er best goed in, maar had zich er ook voor geschaamd, zei hij een maand later tijdens een bijeenkomst in Rotterdam over watermanagement en duurzaamheid. „Ik heb er op 30 april met een glimlach aan meegedaan”, aldus Willem-Alexander, „maar niet zonder met enige schaamte te denken aan die ruim 2,6 miljard mensen op deze aarde die niet beschikken over zelfs maar de meest basale structuur om op een waardige manier hun dagelijkse behoefte te kunnen doen.”

Eén ding was dan ook duidelijk op 30 april 2013, de dag van de troonswisseling. Als er iets zou veranderen, dan was het wel de opzet van het jaarlijkse Oranjefeest. Nog eenmaal zou de nieuwe koning het bij de oude opzet laten, vorig jaar in het Noord-Hollandse De Rijp en Amstelveen. Maar daarna zou het echt afgelopen zijn. Koningsdag nieuwe stijl kwam er aan: met meer afstand tussen de koning en het volk en meer aandacht voor serieuze thema’s uit geschiedenis en economie. Maar toch ook weer met aandacht voor de nationale eenheid, waarover hoofdredacteur Gerlach zich in 1885 al druk had gemaakt. Zo zullen Willem-Alexander en Maxima vandaag het multiculturele vrouwengezelschap ‘Wereldwijven’ bezoeken, dat kussens, borduursels en ander handwerk vanuit Dordrecht de wereld in stuurt.