Zelfs toevallige parkeerplaatsen zijn niet veilig voor veilen met een app

Het was geruststellend dat een beheerder van een hedgefund net zo lang naar een parkeerplaats moest zoeken als een conciërge. Maar met de komst van de smartphone is dit veranderd. Evgeny Morozov pleit voor onwetendheid en niet-verbonden zijn.

foto thinkstock

De drie Amerikaanse obsessies (techniek, fitness en geld) hebben elkaar ten slotte gevonden in FitCoin. Deze nieuwe app stelt gebruikers in staat hun bezoek aan de sportschool te gelde te maken. Het mechanisme is eenvoudig: door de integratie met populaire activity trackers en wearables zet de app onze hartslag om in digitale munt.

De oprichters van FitCoin hopen dat deze munt, net als zijn oudere broertje BitCoin, gebruikt kan worden om exclusieve artikelen van partners als Adidas te kopen en om verzekeringspremies omlaag te brengen.

Wij kunnen tegenwoordig al onze activiteiten op afstand meten. Iedereen, van bedrijven tot verzekeringsmaatschappijen tot overheden, kan vervolgens slimme vergoedingen verzinnen om consumenten die snel iets willen verdienen, het gewenste gedrag te ontlokken. Daardoor kunnen zelfs onze meest alledaagse dagelijkse activiteiten aan de mondiale financiële markten worden gekoppeld. Uiteindelijk zullen we allemaal handelen in derivaten die ons recht op bepaalde medische diensten koppelen aan ons fysieke gedrag. Zo worden fitness en gezondheid gaandeweg opgenomen in het domein van geld en financiën.

Ook elders vinden zulke transformaties plaats. Dankzij apps als Haystack en MonkeyParking kunnen automobilisten met hulp van hun smartphone openbare parkeerplaatsen veilen onder andere automobilisten die op zoek zijn naar een plaats. Haystack heeft zelfs de functie ‘Make Me Move’; degene die het geluk heeft om een plaats te vinden, kan deze dan aan de hoogste bieder verkopen.

De parkeerplaatsen blijven natuurlijk openbaar – alleen de informatie over hun bezetting gaat in andere handen over. Maar die formele openbare status betekent weinig, want door de zwarte markt in informatie worden de parkeerplaatsen slim in privéartikelen omgezet.

De horeca, op zijn beurt, is ook overspoeld door een golf van apps. En waarom zouden we niet gewoon in een online veiling bieden op een tafel bij een trendy restaurant in plaats van proberen er een te reserveren? Ook hier vervangt de logica van de markt het vroegere principe van eerlijkheid en wie het eerst komt, het eerst maalt.

Gebruikers van apps als Shout kunnen zelfs tafels onder een valse naam bestellen om deze vervolgens aan andere gebruikers door te verkopen. En dit hoeft zich niet tot restaurants te beperken: je zou ook je plaats in de rij voor de nieuwste iPhone kunnen verkopen.

Natuurlijk was het oude systeem niet volmaakt – VIPs had zelden moeite om te reserveren – dus er zit een kern van waarheid in de juichende retoriek over emancipatie en democratie waaraan de makers van zulke apps zich overgeven; ze brengen ons inderdaad van hiërarchieën die ten dele berusten op niet-monetaire vormen van macht (roem, connecties, reputatie) naar iets wat alleen in geld is geworteld is.

In het verleden moest je rijk en beroemd zijn om aan een tafel in een chic restaurant te komen, nu alleen nog maar rijk!

Maar een voordeel van het oude systeem was wel dat het nu en dan ook mensen zonder geld en roem in staat stelde te reserveren – vandaar de aanspraak op rechtvaardigheid en eerlijkheid. Het nieuwe systeem maakt zulke uitzonderingen niet: dat kent alleen de wet van vraag en aanbod.

De transformaties die zich op al deze alledaagse plaatsen voltrekken (de fitnessruimte, de parkeerplaats, het restaurant) maken duidelijk dat zodra er een informatieve laag aan wordt toegevoegd, dit ten koste van andere lagen kan gaan – en dan vooral wat betreft niet-utilitair, puur esthetisch genot, saamhorigheid en eerlijkheid. Het zou heel goed kunnen dat de ergste uitwassen van het kapitalisme nu juist hanteerbaar waren, althans op geestelijk niveau, omdat we ons af en toe konden verschuilen in een aantal hermetische zones die zich niet voegden naar de logica van vraag en aanbod. Deze zones, ongevoelig voor de ritmes van de mondialisering, boden ons de geruststelling dat een persoonlijke autonomie buiten de zeepbel van de markt een haalbaar streven was.

Zo konden we altijd troost vinden in kunst, sport, eten, stedenbouw: we hielden onszelf voor dat deze domeinen ofwel werden gedreven door esthetische, ambachtelijke overwegingen, ofwel voldoende samenwerking en saamhorigheid kenden om tegenwicht te bieden voor de incidentele en onontkoombare grofheid van de marktverhoudingen. Het had immers iets opbeurends en geruststellends dat een beheerder van een hedgefund net zo lang naar een parkeerplaats moest zoeken als een conciërge. Tien jaar geleden was de vermeende gelijkheid tussen deze twee een fact of life; nu is het alleen nog een technologische onvolkomenheid die eenvoudig met een smartphone te corrigeren is.

Ons leven werd door zulke onvolkomenheden leefbaar gemaakt; onze instituties gedijden er vaak op. Kranten wisten gelukkig niet hoe impopulair sommige van hun artikelen waren en namen daardoor het risico saaie, maar voor het publiek relevante verhalen op de voorpagina te zetten. Nu elke klik gemeten en vooraf voorspeld wordt, zijn dat soort risico’s uit den boze: zelfs redactionele beslissingen moeten worden genomen in het licht van de logica van de markt.

Zo konden ook boekenliefhebbers niet nagaan of ‘hun’ boekhandel het beste aanbod deed. Vaak namen ze het risico om te veel te betalen en steunden ze zo de bedrijfsvoering van de boekwinkel. Gewapend met hun smartphone sluiten ze dit risico inmiddels vrijwel uit: ze hebben altijd de prijsvergelijkingsinstrumenten van Amazon bij de hand. Ongetwijfeld heeft de consument hier baat bij – maar een sterke en levendige boekencultuur, die het bestaan van boekhandels veronderstelt, is hiervan de dupe.

In een tijd dat waarden als saamhorigheid, eerlijkheid en diversiteit doorlopend onder vuur liggen, leidt de mogelijkheid om meer informatie in onze besluitvorming op te nemen alleen maar nog sneller tot hun ondergang. Onwetendheid is soms namelijk een zegen – vooral als ons aan de kant van de kennis het gebod te wachten staat om meer concurrerend doelmatiger en winstgevender te worden.

Bij gebrek aan andere radicale projecten om de status quo op de proef te stellen, kan onwetendheid – of liever gezegd: de doordachte weigering om te weten – een krachtig tegengif vormen voor de aanhoudende pogingen om alles terug te brengen tot een kenbaar prijsniveau, want alleen al het bestaan daarvan formatteert burgers tot consument.

De pogingen om alles en iedereen aan een Internet of Things te koppelen, kunnen alleen maar leiden tot een verdere inkrimping van de ruimten tot onvolkomenheid. Juist door die ruimten hebben wij tijdelijk de triomf van de marktlogica in alle andere domeinen van het maatschappelijk leven kunnen vertragen.

En kan deze logica ons leven alleen beheersen dankzij een open verbinding met het internet, een ‘permanente connectiviteit’, dan moeten wij vechten voor een autonomie die het moet hebben van ondoorzichtigheid, onwetendheid en niet-verbonden zijn. Natuurlijk, een recht op verbinding is belangrijk – maar het recht om deze te verbreken is dat ook.