Wie mag naar de blanke school?

In Amsterdam mogen ouders niet meer zelf een basisschool kiezen. De computer verdeelt de kleuters over de scholen in de buurt. Doel: segratie tegengaan.

Kinderen in de zandbak van de Amsterdamse Openluchtschool. De school behoort tot de 25 procent populairste basisscholen. Foto Olivier MIddendorp

Maud Nelissen heeft sinds kort weleens verdrietige ouders op de stoep. Ze hebben dan gehoord dat hun kind is afgewezen op de Openluchtschool waar zij directeur is. En ook op de andere basisscholen in de buurt. Dat heeft de computer bepaald. Op de Olympiaschool en de Eloutschool vlakbij is nog plek, zegt directeur Nelissen dan. Maar daar wordt vaak gevochten op het schoolplein, zeggen die ouders. Ze trekken vervolgens 13.000 euro uit voor een plek op de British School.

De vrijheid van onderwijs is dit jaar vrijwel afgeschaft in Amsterdam. Niet de ouders, niet de schooldirecteur maar de computer bepaalt naar welke school iedere Amsterdamse kleuter gaat. In de eerste loting werden onlangs 84 kleuters uitgeloot op alle scholen die ze hadden opgegeven; 96 procent werd geplaatst op één van de top drie van scholen die ze hadden opgegeven.

Het plan was jaren in de maak. Doel van prominente Amsterdamse PvdA’ers, zoals oud-wethouders Lodewijk Asscher en Ahmed Aboutaleb, was om etnische segregatie op basisscholen in gemengde wijken tegen te gaan. In witte wijken zijn de meeste scholen wit, in zwarte wijken zwart – daar is weinig aan te doen. Maar in 2008 bleek dat ook in gemengde woonwijken, zoals Oud-West, de Pijp, IJburg en Noord, de basisscholen vaak niet gemengd zijn: de ene school is zwart (ruim 75 procent ‘allochtone’ kinderen), de andere school wit. En de zogeheten ‘witte vlucht’ bestaat al lang: sommige autochtone ouders fietsen elke ochtend naar een andere buurt om daar naar een ‘goeie’, vaak witte, school te gaan. Allochtone ouders doen dat amper.

Op dinsdag drie keer kloppen

Dat laatste kan niet meer. Elk gezin moet de acht dichtstbijzijnde scholen opgeven aan het systeem en daar een rangorde in aanbrengen. Op die scholen heeft het kind voorrang; op scholen buiten de buurt is het kind kansloos omdat de kinderen uit díe buurt voorrang hebben. De computer koppelt de oudste kleuter aan de vrijvallende plekken bij die acht scholen. Broertjes en zusjes volgen de oudste en krijgen voorrang.

Niet alleen ouders waren altijd vrij om een school te kiezen. Scholen hadden op grond van de vrijheid van onderwijs ook het recht om kinderen te selecteren. Openbare scholen niet, de rest wel. Menno van de Koppel van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) in Amsterdam: „Het was nooit echt te bewijzen, maar allochtonen die naar een witte school wilden, vertelden weleens dat zij te horen kregen dat de school vol was terwijl de witte buurvrouw wel werd toegelaten. Dát kan niet meer met het computersysteem. Dat selecteert blind.”

Er waren ook subtielere mechanismen voor uitsluiting, vertelt Van de Koppel. „Voor sommige geliefde scholen wisten ouders bij wijze van spreken dat ze op dinsdag drie keer moesten kloppen op de achterdeur. Alle andere ouders wisten dat niet.”

Populaire scholen verwijzen bovengemiddeld veel kinderen naar het VWO, hebben vaak steun van actieve ouders en weinig ‘probleemleerlingen’. De ‘conceptscholen’ – Montessori, Jenaplan, Dalton, Openlucht – behoren veelal tot die populaire scholen. Maar ze hebben weinig plekken, verzucht directeur Nelissen van de Openluchtschool. „Wij hebben er maar 30 per jaar, waarvan er soms 15 opgaan aan broertjes en zusjes.”

Verdeling van schaarste

Voordeel van het nieuwe systeem is dat scholen weten waar ze aan toe zijn. Alle aanmeldingen staan geregistreerd op één plek. Voorheen schreven ouders het kind als baby al in op soms wel vier scholen. Werd het kind ergens toegelaten, dan vielen er elders gaten. 75 procent van de basisscholen wíl juist elk kind aannemen – zij hebben ze nodig. Het grote gevecht van mondige ouders draait om slechts een kwart van de scholen. Het is verdeling van schaarste, zegt Van de Koppel.

Judith Fischer heeft drie kinderen op een populaire Jenaplanschool in Noord, het armste stadsdeel van de hoofdstad. De leerlingen komen nu nog uit heel Noord omdat hun ouders graag Jenaplan wilden; 60 procent van de ouders heeft Nederlands als eerste taal, de rest niet. Er wordt veel van ouders gevraagd, vertelt Fischer. „Vanaf groep 3 lees je elke ochtend 20 minuten met je kind op school.”

In het nieuwe systeem krijgen alleen kinderen uit de buurt een plek op deze school en laat die buurt nou sociaal-economisch zwak zijn. Fischer: „Het karakter van een conceptschool verdwijnt wanneer ouders het onderwijsconcept niet helpen uitdragen.” Het voedingsgebied (de buurt) voor conceptscholen wordt nu te klein, vindt zij. Andersom zullen zwakke scholen en zwarte scholen die toevallig in een rijkere wijk staan, vanzelf meer mondige gezinnen binnenkrijgen die zich met de school bemoeien.

Het liberale D66-VVD-college (en SP) heeft het PvdA-plan overgenomen. In hun verkiezingsprogramma’s hamerden ze vorig jaar nog op vrijheid. Ze zouden zich juist níet inspannen om segregatie tegen te gaan.