Wereldmuseum betaalt ex-directeur tot pensioen

Stanley Bremer is weg als directeur. Nu wordt hij ‘adviseur en gastcurator’, en krijgt hij zijn salaris ontdaan van ‘toeters en bellen’.

Het Wereldmuseum Foto Walter Herfst

Het Wereldmuseum in Rotterdam betaalt de vrijdag vertrokken directeur Stanley Bremer tot aan zijn pensionering zijn salaris door. De 62-jarige Bremer wordt op afstand ‘adviseur en gastcurator’ van het museum, dat in zware financiële en organisatorische problemen verkeert.

De vorige week geïnstalleerde voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum, voormalig topambtenaar Harry Kramer, zegt dat Bremer zijn nieuwe functie „niet vanuit het Wereldmuseum zal verrichten”, maar dat hij wel zijn salaris behoudt. Bremer wordt „op korte termijn” vervangen door een interim-bestuurder.

Kramer maakte vrijdag bekend dat Bremer opstapt bij het Wereldmuseum en bij twee gelieerde bedrijven die de winkel en het chique restaurant in het pand exploiteren. „Er is overeenstemming bereikt over zijn bezoldiging”, zegt Kramer, die schoon schip moet maken. Het Wereldmuseum balanceert door falend beleid van Bremer en van de gemeente Rotterdam op de rand van de afgrond.

„Het komt er op neer dat hij zijn salaris krijgt doorbetaald, vermoedelijk tot aan zijn pensionering. Die bezoldiging wordt wel ontdaan van toeters en bellen, zoals bonussen en extra emolumenten”, aldus de nieuwe toezichthouder. Het precieze bedrag wil Kramer niet noemen.

Bremer, die in juni 63 wordt, was met een salaris van bijna 150.000 euro op jaarbasis een van de best betaalde museumdirecteuren van Nederland. De afgelopen weken werd er gespeculeerd over een gedwongen vertrek van de directeur, die in 2001 door Ivo Opstelten naar Rotterdam werd gehaald om het zieltogende volkenkundig museum van nieuw elan te voorzien.

Aanleiding voor het opstappen van Bremer is een vernietigend rapport van onderzoeker (in opdracht van B en W) Gitta Luiten over zijn beleid, dat vorige week openbaar werd. Daarin stond dat de oud-directeur zijn museale taken verwaarloosde, dat hij thuis werken uit de collectie uitstalde, en dat kunsthandelaren te veel invloed hadden op de gang van zaken bij het museum. Ook liepen de bezoekersaantallen terug en was er een structureel tekort van 750.000 euro per jaar.

Vrijdag presenteerde de Rotterdamse Rekenkamer haar bevindingen over hoe de gemeente met Bremer en het Wereldmuseum omging. In het rapport staat onder meer dat Rotterdam en de vorige Raad van Toezicht tevreden waren over het functioneren van de directeur, die vanwege zijn kwaliteiten als ‘cultureel ondernemer’ naar Rotterdam was gehaald. Bremer was vrijdag niet bereikbaar voor commentaar.

Het enthousiasme van de vorige toezichthouders en de lankmoedige houding van de gemeente maken dat Rotterdam niet zomaar van Bremer af kon, zegt Ruud van der Velden, kunsthandelaar en gemeenteraadslid namens de Partij voor de Dieren. „Ik ben me rot geschrokken van de manier waarop er in deze stad is omgegaan met dit museum en zijn directeur. Iedereen keek weg. Het had een haar gescheeld of het Wereldmuseum was ten onder gegaan.”